In de ontstaansgeschiedenis van de Restitutiecommissie speelde de Commissie Herkomst Gezocht een belangrijke rol. Deze commissie werd doorgaans aangeduid met de naam van haar voorzitter, dr. R.E.O. Ekkart. De Commissie Ekkart werd in 1997 ingesteld om een proefonderzoek te begeleiden naar de herkomst van kunstwerken die onderdeel uitmaken van de NK-collectie.

In april 1998 maakte de Commissie Ekkart haar bevindingen van het proefonderzoek bekend. Zij concludeerde onder andere dat verder onderzoek dringend noodzakelijk was om ‘de waas van geheimzinnigheid’ die de NK-collectie omhulde weg te nemen en om optimale behandeling van individuele vragen van potentiële vroegere eigenaars of hun nabestaanden te kunnen garanderen. Ook deed zij enkele aanbevelingen, onder andere over de noodzaak van actief onderzoek. Volgens de commissie behoorde de uitvoering van dat onderzoek niet tot haar taken maar tot die van de Inspectie Cultuurbezit. Staatssecretaris drs. A. Nuis van OCenW oordeelde dat ook volgens hem nader onderzoek naar de herkomst van de gehele NK-collectie noodzakelijk was. De regering ging hiermee akkoord.