3. Particulier bezit van kunsthandelaren

 

Wanneer duidelijk is dat kunstwerken niet behoorden tot de handelsvoorraad van een joodse kunsthandelaar maar  al voor de oorlog deel uitmaakten van zijn particuliere verzameling c.q. aankleding van zijn eigen huis, vallen verzoeken om restitutie binnen het bestaande beleid voor teruggave van particulier kunstbezit. Aangezien de bewijzen, wat handelsvoorraad was en wat particuliere collectie, niet altijd even gemakkelijk te leveren zullen zijn, dient daarbij in overeenstemming met de eerste set aanbevelingen een zekere soepelheid te worden gehanteerd en moeten duidelijke indicaties dat het particulier eigendom was in plaats van hard bewijs, voldoende worden geacht. Het zal daarbij bijna altijd om individuele objecten gaan of hooguit een klein groepje.

 

 

 

Aanbeveling 3

Wanneer er voldoende aanwijzingen zijn dat een kunstwerk niet behoorde tot de handelsvoorraad van een kunsthandelaar, maar tot zijn privé-collectie, worden verzoeken om restitutie behandeld conform de normen voor particulier kunstbezit.