Daar waar sprake is van diefstal of confiscatie hebben zowel de joodse als de niet-joodse handelaar of zijn erven recht op teruggave. Ook hier geldt echter dat bij de behandeling van zaken rekening moet worden gehouden met het feit dat in zeer veel gevallen, vooral ten aanzien van joodse handelaren, harde bewijsstukken voor de juistheid van deze kwalificatie ontbreken. Daarom dient ook hier soepelheid te worden betracht. Indien al bij de aangifte na de oorlog diefstal of confiscatie als kwalificatie is aangegeven en niets gebleken is dat dit tegenspreekt, dient de betreffende kwalificatie te worden geaccepteerd. Indien er geen sprake is van een aangifte of uitsluitend van een interne aangifte, dienen aanwijzingen, die het waarschijnlijk maken dat inderdaad sprake is van diefstal of confiscatie, ruimhartig te worden gehanteerd.

 

Aanbeveling 4

De commissie adviseert om indien al bij de aangifte na de oorlog van een overgang van kunstwerken uit bezit van een handelaar diefstal of confiscatie als kwalificatie is aangegeven en niets gebleken is dat dit tegenspreekt, de betreffende kwalificatie wordt geaccepteerd. Indien er geen sprake is van een aangifte of uitsluitend van een interne aangifte, dienen aanwijzingen, die het in hoge mate waarschijnlijk maken dat sprake is van diefstal of confiscatie, als grond voor teruggave te worden beschouwd, waarbij ten aanzien van joodse handelaren de bedreigende algemene omstandigheden dienen te worden verdisconteerd.