Aan de door de rechthebbenden of hun vertegenwoordigers op na de oorlog ingediende aangifteformulieren ingevulde kwalificatie “onvrijwillige verkoop” dient grote waarde te worden toegekend, tenzij andere aanwijzingen de juistheid van deze kwalificatie duidelijk tegenspreken. Indien er geen aangifteformulieren beschikbaar zijn of uitsluitend interne aangifteformulieren, dienen aanwijzingen, die het waarschijnlijk maken dat inderdaad sprake is van onvrijwillige verkoop, ruimhartig te worden gehanteerd. In beide gevallen geldt uiteraard het in paragraaf 2 aangehaalde uitgangspunt, dat is neergelegd in aanbeveling 1 van de Commissie Ekkart van april 2001. 

Onder onvrijwillige verkoop vallen in ieder geval de volgende situaties met betrekking tot joodse kunsthandelaren:

-       rechtstreekse verkoop onder bedreiging met represailles aan vertegenwoordigers van de bezettende macht of aan na de oorlog wegens collaboratie of andere relevante kwalijke praktijken veroordeelde Nederlanders

-       verkoop waarbij het leveren van paspoorten, het geven van vrijgeleides,  etc., onderdeel      uitmaakte van de transactie

-       verkoop tegen de wil van de kunsthandelaar door Verwalters of door andere niet door de eigenaar  aangestelde beheerders, tenzij kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke eigenaar het volledige profijt van de verkoop heeft genoten en hij of zijn erven of de door hem of zijn erven aangewezen vertegenwoordiger na de oorlog uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van zijn rechten

 

Aanbeveling 6

In alle gevallen waarin na de oorlog op een aangifteformulier door de betrokkene, zijn erven of zijn door hem of zijn erven benoemde directe vertegenwoordiger de kwalificatie “onvrijwillige verkoop” is ingevuld en waarin geen aanwijzingen bestaan die deze kwalificatie tegenspreken, dient een dergelijke kwalificatie te worden geaccepteerd. In alle gevallen waarin een dergelijk aangifteformulier ontbreekt, dienen aanwijzingen, die het in hoge mate waarschijnlijk maken dat sprake is van verkoop onder dwang, op dezelfde wijze als uitgangspunt voor het teruggavebeleid te worden gehanteerd.

 

Tot de aanwijzingen voor onvrijwillige verkoop behoren in ieder geval dreiging met represailles, en toezeggingen tot levering van paspoorten of vrijgeleides als onderdeel van de transactie. Onder onvrijwillige verkopen worden ook verstaan verkopen door Verwalters of andere niet door de eigenaar aangestelde beheerders uit de onder hun beheer gestelde voorraden, voor zover de oorspronkelijke eigenaars of hun erven niet het volledig profijt van de transactie hebben genoten en na de oorlog uitdrukkelijk afstand hebben gedaan van rechten.