Mathiason

NK1432 (Foto: RCE)

Advies inzake Mathiason

Dossiernummer: 
1.108
Soort advies: 
NK-collectie
Adviesdatum: 
31 januari 2011
Periode bezitsverlies: 
1940-1945
Oorspronkelijke eigenaar: 
Particulier
Plaats bezitsverlies: 
In Nederland

Bij brief van 27 januari 2009 verzocht de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de minister) de Restitutiecommissie om advies over de te nemen beslissing op het verzoek van 1 december 2008 van M.H.-M.te N.Y.C. (hierna: verzoekster) tot teruggave van het schilderij Landschap met klassieke tempel van de kunstenaar Hubert Robert. Dit kunstwerk maakt deel uit van de Nederlands Kunstbezit-collectie (NK-collectie) in beheer van het Rijk onder inventarisnummer NK 1432 en bevindt zich thans in de Nederlandse ambassade te Boedapest, Hongarije.

DE PROCEDURE

Naar aanleiding van het adviesverzoek heeft de commissie een onderzoek naar de feiten uitgevoerd, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een conceptrapport van 4 oktober 2010. Het conceptrapport is voorgelegd aan verzoekster, tezamen met een verzoek om aanvullende informatie met betrekking tot de familie- en erfrechtelijke relatie van verzoekster tot K. Mathiason alsmede zijn broer H. Mathiason en diens (ex-)vrouw L. Dobrin. Verzoekster heeft hierop schriftelijk gereageerd. Daarnaast is het conceptrapport ter feitelijke aanvulling voorgelegd aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de staatssecretaris),[1] waarop deze heeft bericht geen aanvullend feitelijk materiaal onder de aandacht van de commissie te willen brengen. De commissie heeft het onderzoeksrapport vastgesteld op 31 januari 2011. Voor de feiten in deze zaak verwijst de commissie naar het betreffende rapport.
Verzoekster heeft zich in de procedure laten vertegenwoordigen door I. Gielen, advocate te Berlijn, Duitsland.
Het huidige NK 1432 maakt tevens deel uit van een restitutieverzoek inzake Rosenbaum (RC 1.82). De commissie komt op basis van haar onderzoek in de zaken Mathiason en Rosenbaum tot de conclusie dat het huidige NK 1432 na de oorlog hoogstwaarschijnlijk bij vergissing in verband is gebracht met de kunsthandel Rosenbaum. De commissie verwijst hieromtrent naar het onderzoeksrapport inzake Mathiason (RC 1.108) en het deeladvies inzake Rosenbaum van 31 januari 2011 (RC 1.82-A).

OVERWEGINGEN

  1. Verzoekster is M.H.-M. te N.Y.C. Verzoekster stelt gerechtigd te zijn tot de nalatenschap van haar oom Karl Mathiason (1899-1944), een joodse ondernemer die in de jaren dertig in Duitsland woonde. Deze zou het bezit van het thans geclaimde schilderij Landschap met klassieke tempel van de kunstenaar Hubert Robert (NK 1432) hebben verloren door confiscatie door de bezettingsautoriteiten in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verzoekster is enig kind van het (in 1944 gescheiden) echtpaar Lilly Dobrin en Hermann Mathiason (later: Matson), de broer van Karl Mathiason.

    Verzoekster verklaart als enige gerechtigd te zijn tot de nalatenschappen van zowel haar oom Karl Mathiason, als die van haar ouders Hermann Mathiason en Lilly Dobrin. Ten bewijze hiervan heeft zij de commissie toegestuurd kopieën van vier erfrechtelijke stukken.

  2. De gegevens met betrekking tot de herkomst van het huidige NK 1432 voor en tijdens de oorlog zijn als volgt. Het huidige NK 1432 is op 6/7 maart 1928 te koop aangeboden door het veilinghuis Rudolph Lepke te Berlijn. Het staat niet vast waar en bij wie het huidige NK 1432 zich heeft bevonden in de periode vanaf de veiling tot omstreeks 1943. De commissie heeft aanwijzingen dat het huidige NK 1432 in 1943 onder meer opgeslagen lag in de schuilkelder van het Kröller-Müller Museum, vanwaar het betreffende kunstwerk door de Dienststelle Mühlmann te Den Haag, een Duitse organisatie die kunstwerken inkocht voor het naziregime, naar Duitsland is vervoerd. Uit de bronnen blijkt dat E. Plietzsch van de Dienststelle Mühlmann op 14 februari 1945 het schilderij ‘HUBERT ROBERT. / “Italiaans landschap”. / Olieverf, doek, afm. 150 x 100 cm.’ ophaalde uit de eerdergenoemde schuilkelder, waarna dit schilderij, waarschijnlijk het huidige NK 1432, omstreeks 15 februari 1945 is verzonden naar de Reichsbank te Würzburg, Duitsland. Daar is het huidige NK 1432 na de oorlog aangetroffen, waarna het naar Nederland is gerecupereerd.

  3. Het thans geclaimde schilderij was volgens verzoekster bij het uitbreken van de oorlog in eigendom van Karl Mathiason. Verzoekster veronderstelt dat het huidige NK 1432 hetzelfde object is als het schilderij dat in het bezit van haar familie zou zijn geweest.

  4. Uit de toelichting van verzoekster en de overige onderzoeksgegevens valt het volgende op te maken. Karl Mathiason week in 1939 in verband met anti-joodse maatregelen van het naziregime uit naar de Verenigde Staten. Zijn broer Hermann Mathiason en diens echtgenote Lilly Dobrin volgden hem in 1941, in verband met later verkregen visa. Intussen waren de respectieve verhuisboedels uit Duitsland uitgevoerd, met de bedoeling om de goederen via Nederland naar de eindbestemming te laten verschepen. Dobrin stelde in een naoorlogse notariële verklaring dat zij en haar echtgenoot hadden besloten ‘unser Umzugsgut zusammen mit dem Umzugsgut des Herrn Karl Mathiason zur Absendung zu bringen, da wir befurchteten, dass es in Berlin von den Hitlerbehoerden beschlagnahmt wuerde’.

  5. De verhuisboedels van Karl Mathiason en het echtpaar Mathiason-Dobrin zouden op naam van Karl Mathiason zijn verzonden vanuit Duitsland naar Nederland, waar zij door de Holland Amerika Lijn (HAL) verscheept zouden worden naar de Verenigde Staten. Waarschijnlijk is de boedel van Karl Mathiason daadwerkelijk doorgezonden naar de eindbestemming, want Dobrin heeft na de oorlog verklaard dat die boedel New York had bereikt. Volgens Dobrin in haar naoorlogse verklaring werd de boedel van haar en haar man op naam van Karl Mathiason bij de HAL in opslag gelaten, omdat zij wilden afwachten welk land aan hen als eerste visa zou verstrekken, Engeland of de Verenigde Staten.

  6. Deze bij de HAL opgeslagen verhuisboedel werd omstreeks 1941 door de bezetter geconfisqueerd als joods bezit. Uit bronnen is af te leiden dat de Duitse roofinstantie Sammelverwaltung feindlicher Hausgeräte (SFH) in 1942 en/of 1943 goederen uit deze verhuisboedel heeft verkocht. Hoewel de geconfisqueerde boedel was geadresseerd aan ‘Herrn K. Mathiasson, 790 Riverside Drive, Apt. 8 N, New York, USA’, bevatte de boedel gezien de verklaringen van Dobrin in 4-5 mogelijk tevens de bezittingen van het echtpaar Mathiason-Dobrin.

  7. Het is niet bekend of het in beslag genomen schilderij eigendom is geweest van Karl Mathiason of het echtpaar Mathiason-Dobrin. De Duitse bezetter heeft bij de registratie van de geconfisqueerde verhuisboedel vermoedelijk de adressering aan Karl Mathiason als uitgangspunt genomen. Een op 17 september 1942 gedateerde lijst van de SFH getiteld ‘SAMMELVERWALTUNG FEINDLICHER HAUSGERAETE / DOSSIER 391 / EIGENTUEMER: K. MATHIASSON’ (hierna: SFH-lijst) vermeldt ‘aus einem feindlichen Inventar aussortierter Kunstgegenstaende’, waaronder het object ‘6117 1 Gemaelde, H. Robert, “Italienische Darstellung” f. 450.-’. Uit dossiers van de Abteilung Feindvermögen uit 1942 en 1944 valt af te leiden dat de SFH het betreffende schilderij in oktober/november 1942 heeft verkocht aan de Dienststelle Mühlmann. In een brief van 30 november 1942 heeft de Dienststelle Mühlmann aan een andere Duitse instantie laten weten het schilderij ‘Italienische Darstellung’ van H. Robert te hebben aangekocht.

  8. Uit de geraadpleegde documentatie kan niet met zekerheid worden afgeleid dat het hier genoemde schilderij ‘Italienische Darstellung’ van H. Robert overeenkomt met het huidige NK 1432. ‘Italianiserende’ voorstellingen zijn gebruikelijk in het oeuvre van de kunstenaar H. Robert, en verzoekster heeft geen foto van het schilderij kunnen verschaffen of andere gegevens die de identificatie zouden vergemakkelijken.

    Een aanwijzing dat het wel degelijk hetzelfde kunstwerk betreft, is dat de Dienststelle Mühlmann als herkomstnaam vermeld wordt in bronnen betreffende zowel het huidige NK 1432, als het schilderij van ‘K. Mathiasson’. Dit blijkt uit de onderzoeksgegevens in 2 en 7 in samenhang: bekend is dat de Dienststelle Mühlmann het schilderij ‘Italienische Darstellung’ van H. Robert in 1942 heeft aangekocht, terwijl eveneens bekend is dat een schilderij van H. Robert waarvan kan worden aangenomen dat het het huidige NK 1432 betreft, in 1945 door de Dienststelle Mühlmann is opgehaald uit de opslag in het Rijksmuseum Kröller-Müller.

  9. Voorts heeft de commissie in naoorlogse, interne aangifteformulieren van de Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK) weliswaar meerdere aangiftes gevonden die betrekking (kunnen) hebben op Italianiserende voorstellingen van de kunstenaar H. Robert, maar vermeldt het formulier terzake van het huidige NK 1432 als enige de Dienststelle Mühlmann als een van de herkomstnamen. Dit is een verdere aanwijzing dat het schilderij dat in 1942 door de SFH is aangemerkt als eigendom van ‘K. Mathiasson’ en dat is verkocht aan de Dienststelle Mühlmann, inderdaad het huidige NK 1432 is.

    Alle informatie omtrent de identificatie in ogenschouw nemend, acht de commissie het in hoge mate aannemelijk dat het huidige NK 1432 overeenkomt met het omstreeks 1941 in Nederland in beslag genomen schilderij van de kunstenaar H. Robert.

  10. Op grond van de regels inzake particulier kunstbezit kan tot teruggave worden overgegaan indien de oorspronkelijke eigenaar van het geclaimde voorwerp onvrijwillig het bezit heeft verloren door omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime. Blijkens de achtste aanbeveling van de Commissie Ekkart uit 2001 dient het eigendomsrecht in hoge mate aannemelijk te zijn en mogen er geen aanwijzingen zijn die dat tegenspreken.

  11. Over het eigendomsrecht overweegt de commissie dat het onderzoek geen uitsluitsel heeft geboden of het geconfisqueerde schilderij eigendom is geweest van Karl Mathiason of van Hermann Mathiason en zijn echtgenote. Op de SFH-lijst is ‘K. Mathiasson’ als de bezitter vermeld, naar de commissie aanneemt omdat de in beslag genomen goederen aan hem geadresseerd waren. Dobrin heeft echter na de oorlog verklaard (in 5) dat de in beslag genomen boedel bezittingen van haar en haar man bevatte en dat Karl Mathiason zijn boedel al had ontvangen. Verzoekster gaat er blijkens haar toelichting vanuit dat het geclaimde kunstwerk het bezit van Karl Mathiason is geweest. Deze veronderstelling strookt op het eerste gezicht niet met de genoemde verklaringen van Dobrin. Ook valt op dat de door Dobrin in de oorlog opgestelde, en na de oorlog tegenover een notaris bevestigde, inventarislijst met betrekking tot de verhuisboedel van haar en haar man ogenschijnlijk geen melding is gemaakt van het door verzoekster geclaimde schilderij. Thans laten de op die inventarislijst gehanteerde omschrijvingen zich echter niet meer verifiëren, en Dobrin heeft later verklaard dat op haar lijst mogelijk niet alle bezittingen zijn vermeld.

  12. Bij deze stand van zaken acht de commissie het in hoge mate aannemelijk dat de eigendom van het huidige NK 1432 op het moment van het bezitsverlies heeft berust bij Karl Mathiason of Hermann Mathiason en Lilly Dobrin. In dit geval is geen nader uitsluitsel vereist, aangezien in overweging 1 is komen vast te staan dat verzoekster als enige gerechtigd is tot de nalatenschappen van zowel haar ouders Hermann Mathiason en Lilly Dobrin, als van haar oom Karl Mathiason. Bij positief advies over haar verzoek om teruggave van het huidige NK 1432 is daarom naar het oordeel van de commssie voldoende de hier gedane vaststelling dat de eigendom heeft berust bij Karl Mathiason of Hermann Mathiason en Lilly Dobrin.

  13. Over de aard van het bezitsverlies overweegt de commissie dat sprake is van een inbeslagname op last van de bezettingsautoriteiten omstreeks 1941 en derhalve van onvrijwillig bezitsverlies door omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime.

  14. In 1964 heeft de Wiedergutmachungskammer van het Landgericht Berlin aan de familie Mathiason een schadevergoeding toegewezen terzake van de geconfisqueerde verhuisboedel. De commissie is van oordeel dat deze schadevergoeding geen beletsel vormt voor de ontvankelijkheid van verzoekster betreffende een claim op een kunstwerk uit de Nederlandse rijkscollectie, aangezien daarmee geen afstand van rechten was gemoeid en de Staat der Nederlanden geen partij was.

  15. De commissie acht hiermee alle gronden voor restitutie vervuld.

    Over een eventuele betalingsverplichting bij restitutie overweegt de commissie dat de in 14 genoemde schadevergoeding een aangelegenheid is tussen de erven Mathiason en de Duitse staat. Gelet hierop is de commissie van oordeel dat bij teruggave van NK 1432 zonder terugbetaling geen sprake is van ongerechtvaardigde verrijking.

CONCLUSIE

De Restitutiecommissie adviseert de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om het schilderij Landschap met klassieke tempel van de kunstenaar H. Robert (NK 1432) te restitueren aan verzoekster M.H.-M. in haar hoedanigheid van enig gerechtigde tot de nalatenschappen van zowel haar ouders, Hermann Mathiason en Lilly Dobrin, als van haar oom Karl Mathiason.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 31 januari 2011 door W.J.M. Davids (voorzitter), J.Th.M. Bank, P.J.N. van Os, D.H.M. Peeperkorn, E.J. van Straaten, H.M. Verrijn Stuart, I.C. van der Vlies (vice-voorzitter) en ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

(W.J.M. Davids, voorzitter)      (E. Campfens, secretaris)

-----------------------
[1] Sinds het najaar van 2010 is de staatssecretaris de aangewezen bewindspersoon voor restitutieclaims.

Gerelateerde adviezen: