Musicerend gezelschap van Dirk Hals

Musicerend gezelschap op een terras van Dirk Hals (NK 1456)

Advies inzake het verzoek tot teruggave van Musicerend gezelschap op een terras van Dirk Hals (NK 1456)

Dossiernummer: 
1.16
Soort advies: 
NK-collectie
Adviesdatum: 
15 december 2003
Periode bezitsverlies: 
1940-1945
Oorspronkelijke eigenaar: 
Particulier
Plaats bezitsverlies: 
In Nederland

Bij brief van 26 mei 2003 verzocht de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen de Restitutie Commissie om advies over het verzoek van de heer K. van 31 maart 2003 tot teruggave van het schilderij Musicerend gezelschap op een terras van Dirk Hals (NK 1456).

De feiten

Naar aanleiding van dit verzoek heeft de Commissie een onderzoek naar de feiten laten uitvoeren, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport van 25 augustus 2003 van Bureau Herkomst Gezocht. Dit rapport is voorgelegd aan verzoeker, waarop deze bij brief van 30 oktober 2003 inhoudelijk reageerde.

Algemene overwegingen

a. De Restitutie Commissie laat zich bij haar advisering leiden door de beleidslijnen ter zake van de Commissie Ekkart en de regering.

b. De Restitutie Commissie heeft zich de vraag gesteld of een uit te brengen advies invloed mag ondervinden van mogelijke consequenties voor de beslissing in latere zaken. De Commissie beantwoordt die vraag, behoudens bijzondere omstandigheden, ontkennend, omdat een dergelijke invloed bezwaarlijk kan worden tegengeworpen aan de betrokken verzoeker.

c. De Restitutie Commissie heeft zich voorts afgevraagd op welke wijze moet worden omgegaan met het gegeven dat bepaalde feiten niet meer te achterhalen zijn, dat bepaalde gegevens verloren zijn gegaan of niet zijn teruggevonden, of anderszins bewijzen niet meer zijn bij te brengen. De Commissie is daaromtrent van mening dat, indien het tijdsverloop (mede) oorzaak is van de ontstane problemen, het risico daarvoor, behoudens bijzondere omstandigheden, behoort te liggen bij de overheid.

d. De Restitutie Commissie is ten slotte van mening dat inzichten en omstandigheden die sinds de Tweede Wereldoorlog klaarblijkelijk zijn veranderd, naar algemene maatschappelijke opvattingen gelijk mogen worden gesteld aan nova (nieuwe feiten).

Bijzondere overwegingen:

  1. De heer K. verzoekt teruggave van Musicerend gezelschap op een terras van Dirk Hals (NK 1456) namens de gezamenlijke erven van zijn vader, de heer K. sr., geboren in .. en overleden in .. .

  2. Gezien de onderzoeksgegevens stelt de Commissie vast dat dit schilderij (NK 1456) eigendom was van voornoemde K. sr. (hierna K. sr.). K. sr., van joodse afkomst, verkocht de Dirk Hals in augustus of september 1940 via een bemiddelaar aan de zogenaamde Dienststelle Mühlmann.

  3. De omstandigheden van het bezitsverlies van het schilderij zijn beschreven in een brief van de raadsman van K. sr., mr. M. Knap, van 7 mei 1948 aan de Stichting Nederlandsch Kunstbezit (SNK):

    "Omstreeks augustus 1940 waren door client enige schilderijen, waaronder het onderhavige bij het veilinglokaal Frederik Muller gebracht ter verkoop. Client is in relatie gekomen omstreeks dezelfde tijd met een zekere Schönnemann, van duitse nationaliteit, […]. Genoemde Schönnemann deelde mede, eventueel zijn bemiddeling te kunnen verlenen tot het verkrijgen van een vergunning voor client, die van joodse afstamming is, om het land te verlaten, tegen eventuele overdracht van schilderijen en/of betaling van een geldsom; Het schilderij is toen bezichtigd door een duitser en aan deze is door Schönnemann het schilderij aangeboden, namens client, voor een bedrag van FL. 8.000,-. Toen bleek, dat de betrokken duitser niet een uitreisvergunning wilde garanderen, wilde client de koop althans de overdracht niet door laten gaan, doch de duitser eiste toen de levering van het schilderij onder de bedreiging het anders te zullen vorderen. Het schilderij is toen geleverd voor een bedrag van FL. 8000,- waarvan FL. 1000,- als commissie voor Schönnemann was bestemd. Genoemde Schönnemann heeft daarop tegen betaling van nog eens een bedrag van FL. 8000,- toch een vergunning tot uitreis kunnen verzorgen."

    In de archieven teruggevonden documenten tonen aan dat K. sr. de Dirk Hals via een tussenpersoon voor NLG. 8000 verkocht aan de zogenaamde Dienststelle Mühlmann, een om haar aankoopmethoden beruchte Duitse instelling. Verzoeker, zoon van K. sr., heeft met betrekking tot de vluchtpoging van zijn vader en hemzelf de Commissie in een brief van 30 oktober 2003 nader geïnformeerd:

     

    "De datum van de eerste (mislukte) poging was 12 mei 1940 met de 'Van Rensselaer', welk schip even buiten IJmuiden op een mijn liep. [ .. ] De brief van de höhere SS und Polizeiführer beim Reichskommissar enz. Rauter, waarin het verzoek tot verstrekking tot een uitreisvisum wordt ingewilligd is gedateerd 9 september 1940 [ … ]. Direct daarna, nog in September, zijn mijn vader en ik via Berlijn naar Madrid en vervolgens naar de Verenigde Staten gereisd."

     

  4. Musicerend gezelschap op een terras is in november 1940 door Dienstelle Mühlmann voor 20.000 Reichsmarken doorverkocht aan de handelaar en verzamelaar Neuerberg te Hamburg. In 1946 is het schilderij door de geallieerden vanuit München, onder de aanmerking dat de Dirk Hals 'geconfisceerd' bezit betrof, teruggevoerd naar Nederland.

  5. De inmiddels in New York woonachtige K. sr. diende in 1948 tevergeefs een teruggaveverzoek in bij de Stichting Nederlandsch Kunstbezit (SNK). De beslissing van de SNK luidde dat het schilderij niet voor teruggave in aanmerking kwam, aangezien de verkoop als vrijwillig diende te worden aangemerkt. Dit op grond van het argument dat het initiatief tot verkoop van het schilderij bij K. sr. had gelegen. Aldus is de Dirk Hals deel gaan uitmaken van de NK-collectie van kunstvoorwerpen in beheer bij de rijksoverheid.

  6. Ter bepaling van de aard van het bezitsverlies overweegt de Commissie allereerst dat het regeringsbeleid, van toepassing op voorwerpen uit de Rijkscollectie, uitgaat van de onvrijwilligheid van een verkoop, voor zover deze verkoop tijdens de bezetting is aangegaan door een persoon die behoort tot een vervolgde bevolkingsgroep en behoudens aanwijzingen van het tegendeel.

  7. In casu is er sprake van een aangifte van de verkoop van Musicerend gezelschap op een terras in oktober 1945 door een medewerker van veilinghuis Frederik Muller en tevens zwager van K. sr., de heer Mensing, waarin deze de verkoop aanmerkt als een 'vrijwillige verkoop'. Hieromtrent verklaart verzoeker in zijn brief van 30 oktober 2003:

    "Mijn vader was, gezien de precaire situatie waarin Joden zich bevonden, uit begrijpelijke veiligheidsoverwegingen uiterst voorzichtig en deed geen mededelingen over zijn vluchtpogingen aan personen, die niet noodzakelijk geïnformeerd dienden te worden. Derhalve heeft hij zijn zwager B. Mensing dan ook niet op de hoogte gesteld van de werkelijke inhoud van de (mislukte) transactie met de Dirk Hals. Ook ik was niet op de hoogte van enige poging tot het verkrijgen van een uitreisvisum totdat mijn vader er tenslotte een voor ons beiden had bemachtigd. Noch mijn vader, noch Schönnemann, noch Mühlmann hadden, om uiteraard zeer verschillende redenen, er belang bij om Mensing van de werkelijke gang van zaken op de hoogte te stellen. Vandaar dat Mensing in zijn onwetendheid kon verklaren dat er m.b.t. de Dirk Hals sprake was van een vrijwillige verkoop."

    De Commissie acht deze verklaring van verzoeker alleszins aannemelijk. Tegen de achtergrond van zijn eerdere poging het land te ontvluchten is het immers zeer onwaarschijnlijk dat K. sr. enkele schilderijen ter veiling aanbood met enig ander doel dan het financieren van een nieuwe vluchtpoging. Ook de SNK heeft aanvankelijk dit standpunt ingenomen - zo blijkt uit de onderzoeksgegevens - alvorens men het teruggave verzoek afwees. De Commissie concludeert dan ook dat K. sr. de verkoop aanging onder dwang die uitging van de koper én onder dwang van de omstandigheden die hem noodzaakten te vluchten en een uitreisvisum te bemachtigen. Dat de SNK hierover in 1948 anders oordeelde, doet aan deze conclusie niet af. In dit kader kan er, zoals verzoeker terecht doet, nog op gewezen worden dat al in 1952 de Raad voor het Rechtsherstel de hantering door de SNK direct na de oorlog van het begrip 'vrijwillige verkoop' afwijst, waarbij een eigen initiatief tot verkoop rechtsherstel - i.e. teruggave - in de weg zou staan. De Raad wijst deze opvatting als onjuist van de hand (Afdeling Rechtspraak Raad voor het Rechtsherstel, uitspraak inzake Gutmann van 1/7/'52).

  8. De Commissie stelt op grond van het vorenstaande vast dat het schilderij van Dirk Hals onvrijwillig, door omstandigheden die direct in verband staan met het nazi-regime, uit het bezit van K. sr. is geraakt. Zij acht het verzoek om teruggave toewijsbaar.

  9. Ten aanzien van de vraag of tegenover deze teruggave van het schilderij enig bedrag ter zake van terugbetaling van de verkoopopbrengst moet worden betaald, gaat de Commissie er van uit, overeenkomstig de vierde aanbeveling van de Commissie Ekkart van 26 april 2001, dat er van terugbetaling van verkoopopbrengsten alleen dan sprake kan zijn indien en voor zover de toenmalige verkoper die opbrengsten daadwerkelijk ter vrije beschikking heeft gekregen. Aangezien de opbrengst van de onderhavige verkoop is aangewend voor de bekostiging van een uitreisvisum, mag worden aangenomen dat deze verkoopopbrengst niet ter vrije beschikking van K. sr. is gekomen.

Conclusie

De Restitutie Commissie adviseert de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen om het schilderij Musicerend gezelschap op een terras van Dirk Hals (NK 1456) terug te geven aan de erven van K. sr.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 15 december 2003,

J.M. Polak (voorzitter)
B.J. Asscher (vice-voorzitter)
J.Th.M. Bank
J.C.M. Leijten
E.J. van Straaten
H.M. Verrijn Stuart

Samenvatting: