Visser te paard van Jozef Israëls

NK 1399 (foto: RCE)

Advies inzake het verzoek tot teruggave van de tekening Visser te paard van Jozef Israëls (NK 1399)

Dossiernummer: 
1.17
Soort advies: 
NK-collectie
Adviesdatum: 
22 maart 2004
Periode bezitsverlies: 
1940-1945
Oorspronkelijke eigenaar: 
Particulier
Plaats bezitsverlies: 
In Nederland

Bij brief van 23 oktober 2003 verzocht de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de Restitutie Commissie om advies over het verzoek van 9 september 2003 van de heer L. (hierna: verzoeker) tot teruggave van de tekening Visser te paard van Jozef Israëls (NK 1399).

De feiten

Naar aanleiding van dit verzoek heeft de commissie een onderzoek naar de feiten ingesteld waarvan de resultaten zijn neergelegd in een onderzoeksrapport van februari 2004. Ter ondersteuning van zijn claim heeft verzoeker op 9 september 2003 een rapport ingediend waarin de lotgevallen tijdens de oorlog staan beschreven van de kunstcollectie van zijn grootvader van moederszijde, de joodse E. d.V. (hierna: V.), geboren in 1890 en overleden in 1969. Dit rapport heeft specifiek betrekking op een uit de collectie van V. afkomstige aquarel van Breitner en is in december 2000 opgesteld door dr. A.J. Bonke in opdracht van Museum Boijmans Van Beuningen. Voor het onderzoek naar de door de Restitutie Commissie te beoordelen claim op de tekening van Israëls (NK 1399) is onder meer gebruik gemaakt van de door dr. Bonke in zijn rapport bijeen gebrachte gegevens. Het rapport dat onder verantwoordelijkheid van de commissie werd opgesteld is verzoeker bij brief van 25 februari 2004 toegezonden, waarna deze op 27 februari 2004 te kennen heeft gegeven met de weergave van de feiten in te stemmen.

Algemene overwegingen

a. De Restitutie Commissie laat zich bij haar advisering leiden door de beleidslijnen ter zake van de Commissie Ekkart en de regering.

b. De Restitutie Commissie heeft zich de vraag gesteld of een uit te brengen advies invloed mag ondervinden van mogelijke consequenties voor de beslissing in latere zaken. De Commissie beantwoordt die vraag, behoudens bijzondere omstandigheden, ontkennend, omdat een dergelijke invloed bezwaarlijk kan worden tegengeworpen aan de betrokken verzoeker.

c. De Restitutie Commissie heeft zich voorts afgevraagd op welke wijze moet worden omgegaan met het gegeven dat bepaalde feiten niet meer te achterhalen zijn, dat bepaalde gegevens verloren zijn gegaan of niet zijn teruggevonden, of anderszins bewijzen niet meer zijn bij te brengen. De Commissie is daaromtrent van mening dat, indien het tijdsverloop (mede) oorzaak is van de ontstane problemen, het risico daarvoor, behoudens bijzondere omstandigheden, behoort te liggen bij de overheid.

d. De Restitutie Commissie is ten slotte van mening dat inzichten en omstandigheden die naar algemene maatschappelijke opvattingen sinds de Tweede Wereldoorlog klaarblijkelijk zijn veranderd, gelijk mogen worden gesteld aan nova (nieuwe feiten).

Bijzondere overwegingen:

  1. Verzoeker treedt op namens de gezamenlijke erven van V.

  2. De omstandigheden van het bezitsverlies door V. van zijn kunstcollectie van 62 schilderijen en andere kunstvoorwerpen zijn, samengevat, de volgende. In verband met zijn vertrek naar de Verenigde Staten heeft V. zijn kunstwerken in 1939 ondergebracht bij meubeltransportbedrijf De Gruyter te Amsterdam. In 1942 is de collectie op grond van de zogenaamde 'Liro-verordeningen' door de nazi's in beslag genomen en zijn de afzonderlijke kunstwerken vervolgens door de als 'Liro-bank' bekend staande Duitse roofinstelling aan diverse, veelal Duitse, kopers verkocht. Op de in de archieven teruggevonden lijst van de door de Liro-bank uit het bezit van V. verkochte kunstvoorwerpen komt een tekening van Jozef Israëls voor, getiteld Visscher te paard.

  3. De commissie overweegt ten aanzien van bezitsverlies zoals hiervoor beschreven dat dit onder het huidige rijksbeleid als onvrijwillig dient te worden aangemerkt.

  4. Na de bevrijding heeft V. vanuit de Verenigde Staten bij de Nederlandse autoriteiten aangifte gedaan van de door hem verloren kunstvoorwerpen. Op de ten behoeve van de opsporing door V. opgestelde lijst van kunstvoorwerpen komt een tekening voor van J. Israëls met de - naar de commissie aanneemt door typefouten misvormde - titel Vissen met paard. De naoorlogse autoriteiten meldden V. eind 1948 dat geen van de door hem opgegeven kunstwerken was teruggevonden:"..omtrent de door u tijdens de oorlog verloren geraakte kunstvoorwerpen deel ik u tot mijn leedwezen mede, dat bij onderzoek blijkt, dat geen der door u vermelde voorwerpen door ons zijn teruggevoerd worden."

  5. De tekening van Jozef Israëls, die onderwerp uitmaakt van het huidige advies, werd in januari 1949 uit Duitsland gerecupereerd en onder inventarisnummer NK 1399 in de rijkscollectie opgenomen. Aangezien naoorlogse correspondentie over deze tekening ontbreekt, moet worden aangenomen dat deze destijds niet in verband is gebracht met de door V. verloren tekening. Waar NK 1399 na de oorlog is aangetroffen en op welke grondslag deze aan Nederland werd toegewezen, kan anno 2004 niet meer worden achterhaald.

  6. Aangezien het onderwerp van de tekening in het oeuvre van Jozef Israëls verschillende malen voorkomt, heeft de commissie voor de identificatie van Israëls' tekening Visser te paard uit de rijkscollectie (NK 1399) als de tekening uit de collectie van V., kunsthistorisch onderzoek laten uitvoeren. In dit kader is onder meer contact opgenomen met dr. D.P. Dekkers, auteur van het proefschrift 'Jozef Israëls, een succesvol schilder van het vissersgenre'. Naar de mening van mevrouw Dekkers bestaat er slechts één andere tekening van Jozef Israëls die voor het huidige onderzoek van belang is. Nader onderzoek wijst echter uit dat die tekening, in tegenstelling tot NK 1399, in kunsthistorische terminologie als 'bruin gewassen' wordt omschreven. De conclusie van dat nader onderzoek luidt dan ook dat de als NK 1399 bekend staande tekening het meest voldoet aan de beschrijving van de door V. verloren tekening 'Visscher te paard, crayon'.

  7. De commissie stelt naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek vast dat de in de rijkscollectie opgenomen tekening van Jozef Israëls (NK 1399) met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de door V. verloren tekening is.

  8. Op grond van het vorenstaande en onder verwijzing naar de algemene overwegingen van de Restitutie Commissie dat het risico voor het verloren gaan van nadere bewijzen als gevolg van het tijdsverloop bij de overheid behoort te liggen, acht de commissie het verzoek tot teruggave van de tekening Visser te paard van Jozef Israëls (NK 1399) toewijsbaar.

Conclusie

De Restitutie Commissie adviseert de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om de tekening Visser te paard van Jozef Israëls (NK 1399) terug te geven aan de erven van V.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 22 maart 2004,

J.M. Polak (voorzitter)
B.J. Asscher (vice-voorzitter)
J.Th.M. Bank
J.C.M. Leijten
E.J. van Straaten
H.M. Verrijn Stuart

Samenvatting: