Landschap met riviertje en molens van J.M. Graadt van Roggen

NK 3537 (foto: RCE)

Advies Restitutiecommissie inzake een ets van Graadt van Roggen uit de NK-collectie (NK 3537)

Dossiernummer: 
1.25
Soort advies: 
NK-collectie
Adviesdatum: 
27 juni 2005
Periode bezitsverlies: 
1940-1945
Oorspronkelijke eigenaar: 
Particulier
Plaats bezitsverlies: 
In Nederland

Bij brief van 23 december 2004 verzocht de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de Restitutiecommissie om advies over de te nemen beslissing op het verzoek van 24 september 2004 van mevrouw A. K.-M. (hierna: verzoekster) tot teruggave van de ets Landschap met riviertje en molens van de hand van J.M. Graadt van Roggen (NK 3537) uit de Rijkscollectie.

De procedure

Op 24 september 2004 diende verzoekster bij de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een restitutieverzoek in voor de ets Landschap met riviertje en molens die zich als onderdeel van de Rijkscollectie in het depot van het Instituut Collectie Nederland bevindt. Aanleiding voor dit restitutieverzoek was een brief van Bureau Herkomst Gezocht (hierna: BHG) van 2 juli 2004 aan diverse leden van de familie M. met een verzoek om informatie betreffende de ets met inventarisnummer NK 3537. In genoemde brief van 2 juli meldde BHG dat NK 3537 wellicht afkomstig is uit bij de roofbank Lippmann, Rosenthal & Co. te Amsterdam ingeleverd bezit van S. E., een op 1 februari 1943 overleden verwante van de aangeschrevenen.

Naar aanleiding van de adviesaanvraag van de staatssecretaris heeft de Restitutiecommissie een onderzoek ingesteld naar de feiten, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een concept-onderzoeksrapport van 13 juni 2005. Dit concept is bij brief van 14 juni 2005 voorgelegd aan verzoekster, die de commissie daarop meldde zich met deze beschrijving van de feiten te kunnen verenigen. Op 27 juni 2005 stelde de Restitutiecommissie het onderzoeksrapport vast.

Van voormelde stukken en bescheiden wordt de inhoud geacht in dit advies te zijn opgenomen en daarvan deel uit te maken.

Algemene overwegingen (ten aanzien van particulieren en kunsthandelaren)

a) De Restitutiecommissie laat zich bij haar advisering leiden door de beleidslijnen terzake van de Commissie Ekkart en de regering.

b) De Restitutiecommissie heeft zich de vraag gesteld of een uit te brengen advies invloed mag ondervinden van mogelijke consequenties voor de beslissing in latere zaken. De commissie beantwoordt die vraag, behoudens bijzondere omstandigheden, ontkennend, omdat een dergelijke invloed bezwaarlijk kan worden tegengeworpen aan de betrokken verzoeker.

c) De Restitutiecommissie heeft zich voorts afgevraagd op welke wijze moet worden omgegaan met het gegeven dat bepaalde feiten niet meer te achterhalen zijn, dat bepaalde gegevens verloren zijn gegaan of niet zijn teruggevonden, of anderszins bewijzen niet meer zijn bij te brengen. De commissie is daaromtrent van mening dat, indien het tijdsverloop (mede) oorzaak is van de ontstane problemen, het risico daarvoor, behoudens bijzondere omstandigheden, behoort te liggen bij de overheid.

d) De Restitutiecommissie is van mening dat inzichten en omstandigheden die naar algemene maatschappelijke opvattingen sinds de Tweede Wereldoorlog klaarblijkelijk zijn veranderd, gelijk mogen worden gesteld aan nova (nieuwe feiten).

Algemene overweging (uitsluitend ten aanzien van kunsthandelaren)

e) Onder onvrijwillige verkopen worden ook verstaan verkopen zonder instemming van de kunsthandelaar door Verwalters of andere niet door de eigenaar aangestelde beheerders uit de onder hun beheer gestelde oude handelsvoorraad, voor zover de oorspronkelijke eigenaars of hun erven niet het volledige profijt van de transactie hebben genoten en voor zover de eigenaar niet na de oorlog uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van rechten.

Bijzondere overwegingen

  1. Verzoekster vraagt restitutie van de ets Landschap met riviertje en molens van de hand van Graadt van Roggen in de hoedanigheid van erfgenaam van haar oudtante S.E. De commissie heeft in dit kader kennis genomen van de verklaring van erfrecht opgesteld door notaris J.W.Th. Küller te Den Haag die zich in het onderzoeksdossier van de commissie bevindt en waaruit blijkt wie op 1 juli 1959 de erfgenamen waren van S.E. Verzoekster treedt in deze procedure op voor zichzelf en niet namens alle erfgenamen, doch uit de correspondentie met verzoekster maakt de commissie op dat zij daarbij teruggave van de ets aan de gezamenlijke erfgenamen nastreeft.

  2. S.E., geboren op 8 maart 1871 en overleden op 1 februari 1943, was eigenaresse van een kunstcollectie waaronder een ets met genoemde afbeelding van Graadt van Roggen. In het onderzoeksrapport wordt het bezitsverlies van de kunstcollectie van mevrouw E. uitgebreid beschreven, waarnaar wordt verwezen. Hier wordt volstaan met het volgende. S.E., van joodse origine, woonde tijdens de oorlog aan de Ruychrocklaan 54 in Den Haag waar zij op 1 februari 1943 ongehuwd en kinderloos overleed. Direct na haar overlijden werd het huisraad in beslag genomen door de zogenaamde Einsatzstab Rosenberg. Zoals blijkt uit een teruggevonden ontvangstbevestiging van deze roofinstelling bevonden zich hieronder enige 'Wandbilder'. Nadat de kunstvoorwerpen uit het huis van S.E. waren geroofd, zijn ze afgeleverd bij de roofbank Lippmann, Rosenthal & Co. (de zogenaamde 'Liro-bank'), getuige de opsomming op de zogenaamde Liro-lijst van diverse kunstwerken uit het bezit van 'S. E., woonachtig aan de Ruychrocklaan 54 te Den Haag'. Het doel hiervan was doorverkoop aan diverse Nederlandse en Duitse kopers. Koper van bijna de volledige kunstcollectie van S.E. was de Berlijnse firma Reinheldt, een van de belangrijkste afnemers van het joodse kunstbezit dat tijdens de oorlog bij de Liro-bank is ingeleverd. Onder deze op de Liro-lijst opgesomde kunstwerken van S.E. komt voor de ets 'Molens a/h water' waarbij 'n/J.Maris door Gr. v. Roggen' als vervaardiger wordt genoemd. Het werk werd door de Liro-bank getaxeerd op vijftien gulden en is op 18 januari 1944 voor twintig gulden verkocht aan genoemde firma Reinheldt.

  3. De commissie stelt op basis van deze gegevens vast dat de kunstcollectie uit de nalatenschap van S.E. onvrijwillig, als gevolg van omstandigheden die direct verband houden met het nazi-regime, is verloren.

  4. Tot voor kort was de familie van S.E. niet op de hoogte van de verblijfplaats van de ets van Graadt van Roggen, en evenmin waren de Nederlandse naoorlogse rechtsherstelautoriteiten op de hoogte van de verblijfplaats van de ets. Van een afgehandeld verzoek om rechtsherstel is dan ook geen sprake.

  5. Na de oorlog heeft de familie E. via de Stichting Joodse Kerkgenootschappen en Sociale Organisaties voor Schadevergoedingsaangelegenheden (Stichting Jokos) een verzoek om schadevergoeding ingediend voor de inbeslagneming en afvoer naar Duitsland van de inboedel van S.E. Daarnaast is er in de jaren vijftig mogelijk sprake geweest van de uitbetaling van een deel van de tijdens de oorlog door de Liro-bank ontvangen verkoopwaarde van twintig gulden van de ets. Uitsluitsel over de afhandeling van beide kwesties biedt het onderzoek niet. Hieromtrent overweegt de commissie dat nader onderzoek niet noodzakelijk is aangezien dergelijke uitkeringen geen gevolg kunnen hebben voor het onderhavige restitutieverzoek.

  6. De commissie dient vervolgens nog de vraag te beantwoorden of het voldoende aannemelijk is dat de ets van Graadt van Roggen die bekend staat als NK 3537 uit de Rijkscollectie dezelfde is als de ets van Graadt van Roggen uit de geroofde collectie van S.E. Hieromtrent overweegt de commissie dat van een dergelijke ets meerdere exemplaren kunnen bestaan. Wel vindt een dergelijke identificatie aanknopingspunten in de door BHG gepubliceerde conclusie van het herkomstonderzoek naar NK 3537. Deze conclusie luidt als volgt:

    'Uit het ICN archief blijkt dat deze ets kort na de oorlog samen met twee schilderijen door de recherche van Amsterdam aan het Stedelijk Museum aldaar is afgegeven. Het museum heeft de werken in 1975 overgedragen aan de Dienst voor 's Rijks Verspreide Kunstvoorwerpen waarbij het vermoeden werd geuit dat het werken betrof uit hetzij joods, hetzij vijandelijk vermogen.'

    Hierop sluit de verklaring aan die in het onderzoeksrapport van de commissie wordt gegeven over de tussenliggende periode:

    'Als de ets NK 3537 inderdaad identiek is aan de op de Liro-lijst genoemde prent, dan laat zich de vraag stellen hoe het komt dat het kunstwerk zich kort na de oorlog - meer dan een jaar na aankoop door de Duitse firma Reinheldt - in Nederland bevond. Verschillende mogelijkheden zijn denkbaar. Wellicht bezat de firma een depot in Nederland waar een deel van de aangekochte voorraad aanwezig was, of misschien was de ets door de firma Reinheldt doorverkocht aan een koper in Nederland. Het blijft echter gissen: er zijn weinig aanknopingspunten, omdat onbekend is waar de prent na de oorlog werd aangetroffen en onder welke omstandigheden hij in beheer kwam van de recherche te Amsterdam.'

  7. Gezien de versoepelde bewijslast in het huidige restitutiebeleid acht de commissie hiermee voldoende aannemelijk dat de door S.E. verloren ets de door verzoekster teruggevraagde ets NK 3537 is. Voor zover nodig onder verwijzing naar de derde algemene overweging van de commissie, dat het risico voor het ontbreken van nadere gegevens voor het risico van de overheid dient te komen, acht de commissie onderhavig verzoek tot teruggave aan de erfgenamen van S.E. toewijsbaar.

Conclusie

De Restitutiecommissie adviseert de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om de ets Landschap met riviertje en molens van de hand van J.M. Graadt van Roggen (NK 3537) terug te geven aan de erven van S.E.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 27 juni 2005,

B.J. Asscher (voorzitter)
J.Th.M. Bank
J.C.M. Leijten
P.J.N. van Os
E.J. van Straaten
H.M. Verrijn Stuart
I.C. van der Vlies

Samenvatting: