Een achttiende-eeuws Savonnerie tapijt

NK 1066 (foto: RCE)

Advies inzake het verzoek tot teruggave van een achttiende-eeuws Savonnerie tapijt (NK 1066)

Dossiernummer: 
1.58
Soort advies: 
NK-collectie
Adviesdatum: 
16 april 2007
Periode bezitsverlies: 
1940-1945
Oorspronkelijke eigenaar: 
Particulier
Plaats bezitsverlies: 
In Nederland

Bij brief van 19 december 2006 verzocht de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) de Restitutiecommissie om advies over de te nemen beslissing op het verzoek van 5 december 2006 van R.A.H. (hierna: verzoekster), mede namens haar schoonzuster D.A., tot teruggave van een achttiende-eeuws Savonnerie tapijt met centraal medaillon en rijke decoratie in bruin en roze. Het tapijt werd na de Tweede Wereldoorlog gerecupereerd uit Duitsland en opgenomen in de Nederlands Kunstbezit-collectie (NK 1066). Het tapijt maakt nu deel uit van de collectie van het Rijksmuseum te Amsterdam, waar het in depot is opgeslagen.

De procedure

De aanleiding voor het restitutieverzoek vormde een brief van het Bureau Herkomst Gezocht (BHG) van 18 oktober 2006, waarin verzoekster werd verzocht om nadere informatie met betrekking tot het tapijt. Daarbij werd aangegeven dat het tapijt eigendom was geweest van haar moeder, Ellinor Sternberg. Naar aanleiding van het vervolgens ingediende restitutieverzoek heeft de commissie een onderzoek naar de feiten uitgevoerd. Gezien de leeftijd van verzoekster is het verzoek met voorrang behandeld. De resultaten van het onderzoek zijn neergelegd in een conceptrapport van 12 maart 2007 dat is voorgelegd aan verzoekster, die de commissie telefonisch meedeelde geen opmerkingen te hebben. Het conceptrapport is tevens voorgelegd aan de Minister van OCW, die de commissie op 3 april 2007 heeft laten weten geen feitelijke aanvullingen te hebben. Vervolgens is het rapport vastgesteld op 16 april 2007. Voor de feiten in deze zaak verwijst de commissie naar het onderzoeksrapport, dat geacht wordt deel uit te maken van dit advies.

Algemene overwegingen

a) De commissie laat zich bij haar advisering leiden door de beleidslijnen terzake van de Commissie Ekkart als overgenomen door de regering.

b) De commissie heeft zich de vraag gesteld of een uit te brengen advies invloed mag ondervinden van mogelijke consequenties in latere zaken. De commissie beantwoordt die vraag, behoudens onder bijzondere omstandigheden ontkennend omdat een dergelijke invloed bezwaarlijk kan worden tegengeworpen aan de betrokken verzoeker.

c) De commissie heeft zich voorts afgevraagd op welke wijze moet worden omgegaan met het gegeven dat bepaalde feiten niet meer te achterhalen zijn, dat bepaalde gegevens verloren zijn gegaan of niet zijn teruggevonden of anderszins bewijzen niet meer zijn bij te brengen. De commissie is daaromtrent van mening dat, indien het tijdsverloop (mede) oorzaak is van de ontstane problemen, het risico daarvoor, behoudens onder bijzondere omstandigheden, behoort te liggen bij de overheid.

d) De commissie is van mening dat inzichten en omstandigheden die naar algemene maatschappelijke opvattingen sinds de Tweede Wereldoorlog klaarblijkelijk zijn veranderd, gelijk mogen worden gesteld aan nova (nieuwe feiten).

e) Onder onvrijwillig bezitsverlies wordt ook verstaan verkopen zonder instemming van de kunsthandelaar door Verwalters of andere niet door de eigenaar aangestelde beheerders uit de onder hun beheer gestelde oude handelsvoorraad, voor zover de oorspronkelijke eigenaar of zijn erven niet het volledige profijt van de transactie heeft genoten of voor zover de eigenaar niet na de oorlog uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van rechten.

Bijzondere overwegingen:

  1. Verzoekster vraagt restitutie van het tapijt (NK 1066) in hoedanigheid van erfgename van haar ouders, Max Alsberg (1877-1933) en Ellinor Käthe Margot Clara Sternberg (1888- 1965). Zij treedt mede op namens D.A., weduwe van de in 2001 overleden zoon van het echtpaar Alsberg-Sternberg, die in 1939 zijn naam K.A. veranderd had in C.A.

  2. Uit het feitenonderzoek is het volgende naar voren gekomen. Het geclaimde tapijt was afkomstig uit de kunst- en antiekcollectie van dr. Max Alsberg, die gehuwd was met Ellinor Sternberg. Het echtpaar had twee kinderen (onder wie verzoekster). Alsberg en zijn vrouw waren van joodse afkomst en bezaten de Duitse nationaliteit. Alsberg was ten tijde van de Weimarrepubliek een bekend strafpleiter, notaris en literator. In 1933 vluchtte hij naar Zwitserland, waar hij zich in september 1933 van het leven beroofde. Sternberg vestigde zich in 1939 in het Verenigd Koninkrijk.

  3. Uit documentatie van de Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK) en het Nederlands Beheersinstituut (NBI) blijkt dat Sternberg de kunst- en antiekcollectie in 1933 (deels) heeft laten opslaan bij de N.V. Koninklijke Meubeltransport-Maatschappij De Gruijter & Co te Den Haag. Op of omstreeks 26 april 1941 zijn de opgeslagen goederen, waaronder het thans geclaimde tapijt, door de Sammelverwaltung feindlicher Hausgeräte geconfisqueerd. De commissie heeft kennis genomen van een brief van 21 april 1941 van deze Duitse roofinstantie aan genoemd transportbedrijf waarin de collectie van het echtpaar Alsberg wordt gevorderd. Uit verschillende bronnen blijkt dat het tapijt na confiscatie is geveild bij veilinghuis Van Marle en Bignell en hierna in het bezit is gekomen van kunsthandel Von Flotow te Hamburg, Duitsland. Het is niet bekend of Sternberg na de oorlog een deel van de veilingopbrengst heeft ontvangen.

  4. Na de oorlog heeft Sternberg met behulp van diverse gemachtigden verschillende pogingen gedaan de zeer waardevolle collectie terug te krijgen. In juli 1946 is namens Sternberg aangifte gedaan bij de SNK van verlies van een achttiende-eeuws tapijt. Daarbij werd later een foto gevoegd, waaruit blijkt dat de toenmalige aangifte het thans geclaimde tapijt NK 1066 betrof. Het tapijt werd in maart 1948 vanuit Hamburg gerecupereerd en in een SNK-depot opgeslagen. Uit bewaard gebleven archiefstukken valt op te maken dat het tapijt in 1949 is bezichtigd door een gemachtigde van Sternberg, maar dat de procedure is gestaakt wegens de slechte staat van het tapijt. Onder verwijzing naar de eerste aanbeveling van de Commissie Ekkart uit 2001, constateert de commissie dat er geen sprake is van een in het verleden afgehandelde zaak en acht zij verzoekster ontvankelijk in haar claim.

  5. De commissie is van mening dat is voldaan aan de voorwaarden voor restitutie. Zij stelt vast dat het onderzoek heeft uitgewezen dat het thans geclaimde tapijt heeft toebehoord aan Max Alsberg en Ellinor Sternberg, de ouders van verzoekster. Daarnaast overweegt de commissie dat met de inbeslagname van de opgeslagen collectie door de nazi’s vaststaat dat sprake is geweest van onvrijwillig bezitsverlies door omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime. Op grond van het voorgaande acht de commissie het verzoek tot teruggave van het tapijt NK 1066 toewijsbaar.

Conclusie

De Restitutiecommissie adviseert de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om het tapijt (NK 1066) te restitueren aan de erven van E.K.M.C. Sternberg.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 16 april 2007,

B.J. Asscher (voorzitter)
J.Th.M. Bank
J.C.M. Leijten
P.J.N. van Os
E.J. van Straaten
H.M. Verrijn Stuart
I.C. van der Vlies