Cassirer

Gezicht op Salzburg van Rudolph von Alt (Foto: Rijksmuseum Amsterdam)

Advies inzake Cassirer

Dossiernummer: 
1.84
Soort advies: 
NK-collectie
Adviesdatum: 
6 april 2009
Periode bezitsverlies: 
1933-1940
1940-1945
Oorspronkelijke eigenaar: 
Particulier
Plaats bezitsverlies: 
Buiten Nederland

Bij brief van 27 februari 2007 diende de É. te Zwitserland (hierna: verzoekster), vertegenwoordigd door haar advocate dr. Imke Gielen, Duitsland, een verzoek in bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) tot teruggave van de aquarel Gezicht op Salzburg van Rudolph von Alt. De Minister van OCW heeft het restitutieverzoek bij brief van 22 mei 2007 ter advisering aan de commissie voorgelegd. Het geclaimde werk maakt sinds zijn recuperatie naar Nederland na de Tweede Wereldoorlog deel uit van de Nederlands Kunstbezit-collectie (hierna: NK-collectie) en is geregistreerd onder inventarisnummer NK 2897. Het werk bevindt zich momenteel in het Rijksprentenkabinet in Amsterdam.

DE PROCEDURE

Bij het restitutieverzoek heeft verzoekster een rapportage bijgesloten van historica M. Blumberg over het leven van Max Cassirer, aan wie de aquarel volgens verzoekster oorspronkelijk toebehoorde. Naar aanleiding van het adviesverzoek heeft de commissie een onderzoek naar de feiten uitgevoerd, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een conceptonderzoeksrapport van 12 januari 2009. Het conceptonderzoeksrapport is bij brief van 28 januari 2009 aan het ministerie verzonden voor feitelijke aanvulling en diezelfde dag voor commentaar toegezonden aan verzoekster. Bij brief van 27 februari 2009 heeft verzoekster gereageerd op het conceptonderzoeksrapport. Het onderzoeksrapport is vervolgens vastgesteld op 6 april 2009. Voor de feiten in deze zaak verwijst de commissie naar het onderzoeksrapport.

OVERWEGINGEN

    1. Verzoekster vraagt teruggave van de aquarel Gezicht op Salzburg van Rudolph von Alt in hoedanigheid van erfgename van Max Cassirer (hierna: Cassirer). Cassirer (1857-1943) en zijn echtgenote hadden twee kinderen, Kurt Cassirer (1883-1975) en Edith Cassirer (1885-1982). Edith Cassirer heeft bij testament verzoekster aangewezen als enig erfgename. Kurt Cassirer heeft zijn zonen, Reinhart (Henry) en Thomas Cassirer, benoemd tot enig erfgenaam. Zij hebben hun aandeel in de nalatenschap van Max Cassirer overgedragen aan verzoekster. In dit verband heeft de commissie kennisgenomen van verschillende erfrechtelijke stukken. Deze stukken hebben de commissie geen aanleiding gegeven te twijfelen aan de erfrechtelijke status van verzoekster.

    2. De relevante feiten zijn in het onderzoeksrapport van 6 april 2009 beschreven. Hier wordt volstaan met de volgende samenvatting. Cassirer werd op 18 oktober 1857 geboren te Schwientochlowitz, destijds deel van Pruisen-Duitsland, en was van joodse afkomst. Zijn familie nam een prominente plaats in binnen de (kunst)handel en wetenschap. Cassirer zelf deed succesvol zaken in Danzig en Berlijn. Hij bezat een aanzienlijke kunstverzameling, die zich in zijn woning aan de Kaiserallee te Berlijn bevond. Om aan de anti-joodse maatregelen van de nazi’s te ontkomen, emigreerde hij in 1939 naar Zwitserland. Hij overleed in 1943 in Engeland.

    3. Het onderzoek heeft uitgewezen dat Cassirer bij zijn vertrek uit Berlijn in 1939 zijn bezittingen heeft ondergebracht bij verschillende transportondernemingen. Ook de kunstverzameling werd in Berlijn opgeslagen. In augustus 1941 hebben de nazi’s de nationaliteit van Cassirer ingetrokken en zijn vermogen in beslag genomen. Veilinghuis Hans W. Lange te Berlijn kreeg van het Finanzambt Moabit-West opdracht tot het veilen van een gedeelte van de bezittingen die Cassirer bij zijn vertrek had laten opslaan. Verzoekster heeft gesteld dat de thans geclaimde aquarel tot de geveilde goederen behoorde. Zij heeft ten bewijze daarvan verschillende documenten overgelegd. Zo heeft de commissie kennis genomen van een taxatierapport van het werk van 15 januari 1942 en van de veilingcatalogus, waarin de aquarel wordt aangeboden onder kavelnummer 221 onder de volgende beschrijving:

      Rudolf von Alt
      Wien, 1812-1905

      221 Motiv aus Salzburg. Links von Bäumen überragte Parkmauer mit Wappen. Im Hintergrunde die Domtürme und die Veste Hohensalzburg. Figurenstaffage. Unten rechts bezeichnet: R. Alt 873. Aquarell, H. 13,5 cm, Br. 17,6 cm.

      De veiling vond plaats op 12 en 13 mei 1942; de opbrengst was bestemd voor de Gestapo. De aquarel werd blijkens een bewaard gebleven ‘Abrechnung über den Auktionsbeitrag Cassierer’ verkocht voor RM 1.800,-. Vervolgens is het werk in de collectie van Hitler terecht gekomen ten behoeve van het op te richten Führermuseum.

    4. Het geclaimde werk is in 1952 uit München naar Nederland gerecupereerd, op basis van naar later zou blijken onjuiste informatie over de herkomst van het werk (zie onder 6). Er is na de oorlog geen contact geweest tussen de nabestaanden van Cassirer en de Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK) om teruggave te bewerkstelligen. Onder verwijzing naar de eerste aanbeveling van de Commissie Ekkart inzake particulier kunstbezit, constateert de commissie dan ook dat geen sprake is van een in het verleden afgehandelde zaak en acht zij verzoekster ontvankelijk.

    5. De commissie concludeert op grond van het onderzoek dat hoogst aannemelijk is dat de in 1942 geveilde aquarel uit het bezit van Cassirer identiek is aan het thans geclaimde werk NK 2897. De beschrijving van het werk uit de veilingcatalogus, zoals geciteerd onder alinea 3, komt immers tot in detail overeen met de afbeelding van het werk NK 2897. Daarnaast heeft de commissie kennisgenomen van de inventariskaart van de SNK voor het werk NK 2897, waarop de markeringen en etiketten op de achterzijde van het werk ten tijde van de recuperatie zijn beschreven. Op de inventariskaart wordt onder meer melding gemaakt van een etiket van het Finanzamt, hetgeen bevestigt dat het werk in opdracht van het Finanzamt Moabit-West werd geveild.

    6. Gedurende het onderzoek zijn ook archiefgegevens naar voren gekomen die zouden duiden op een andere herkomst van het werk. Het betreft een intern aangifteformulier van de SNK uit 1946, waarop door een medewerker van de SNK is aangegeven dat de aquarel oorspronkelijk in bezit was van kunsthandel Goudstikker/Miedl (Kunsthandel voorheen J. Goudstikker NV, gedreven door Alois Miedl) en door vrijwillige verkoop in mei 1942 in bezit zou zijn gekomen van veilinghuis Lange te Berlijn. Onderzoek in de administratie van kunsthandel Goudstikker/Miedl heeft echter geen informatie opgeleverd die deze lezing bevestigt. Mede op grond van de onder alinea 3 genoemde documentatie, die eenduidig wijst op herkomst Cassirer, gaat de commissie er vanuit dat de herkomstgegevens van de SNK op een vergissing berusten. Aangezien de herkomstgegevens van het werk in het Bundesarchiv Koblenz vermoedelijk gebaseerd zijn op het interne SNK-aangifteformulier, bevat ook dit archief, naar de commissie aanneemt, onjuiste informatie met betrekking tot de oorspronkelijke eigendom en het bezitsverlies van de aquarel.

    7. Op grond van het geldende rijksbeleid met betrekking tot de restitutie van cultuurgoederen kan tot teruggave worden geadviseerd indien het eigendomsrecht in hoge mate aannemelijk is gemaakt en de oorspronkelijke eigenaar het bezit van het kunstwerk onvrijwillig heeft verloren door omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime.

    8. De commissie concludeert dat aan de voorwaarden voor restitutie is voldaan. Zij acht in hoge mate aannemelijk dat de aquarel NK 2897 tot halverwege 1941 toebehoorde aan Cassirer, waarna het werk is geconfisqueerd en verkocht door de nazi’s. Daarmee is de onvrijwilligheid van het bezitsverlies gegeven. De commissie acht het verzoek tot teruggave van het geclaimde werk dan ook toewijsbaar.

    CONCLUSIE

      De Restitutiecommissie adviseert de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om de aquarel NK 2897 te restitueren aan de erfgenamen van Max Cassirer.

      Aldus vastgesteld in de vergadering van 6 april 2009 door W.J.M. Davids (voorzitter), J.Th.M. Bank, J.C.M. Leijten, P.J.N. van Os, E.J. van Straaten, H.M. Verrijn Stuart, I.C. van der Vlies (vice-voorzitter) en ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

      (W.J.M. Davids, voorzitter)       (E. Campfens, secretaris)