Bachstitz (II)

NK 1892 (foto: RCE)

Advies inzake Bachstitz II

Dossiernummer: 
1.88
Soort advies: 
NK-collectie
Adviesdatum: 
12 januari 2009
Oorspronkelijke eigenaar: 
Kunsthandel

Bij brief van 3 april 2007 heeft E. Dolev, Dolev Consulting te Tel-Aviv (hierna: Dolev), ‘on behalf of the heirs of Kurt Walter Bruno Bachstitz and on behalf of the Nussbaum family’ een restitutieverzoek ingediend bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) tot teruggave van 31 objecten. De onderhavige kunstwerken maken deel uit van de Nederlands Kunstbezit-collectie (hierna: NK-collectie), onder de inventarisnummers: NK 394, NK 602, NK 604A-B, NK 615, NK 620, NK 631, NK 636A-B, NK 864A-B, NK 1552, NK 1553, NK 1618, NK 1627, NK 1664, NK 1763, NK 1787, NK 1798, NK 1892, NK 1940, NK 2402, NK 2436, NK 2441, NK 2447, NK 2462, NK 2484, NK 2577, NK 2581, NK 2707A-B NK 2904, NK 2905, NK 2919, NK 3230.

DE PROCEDURE

Bij brief van 11 juni 2007 heeft de Minister van OCW het restitutieverzoek ter advisering aan de Restitutiecommissie voorgelegd. De Minister liet daarbij weten dat een groot deel van de thans geclaimde werken ook worden geclaimd in het eerder voorgelegde restitutieverzoek RC 1.78. De Restitutiecommissie heeft Dolev bij brief van 21 oktober 2008 gevraagd uiterlijk 26 november 2008 de namen en volmachten aan te leveren van de personen die hij zegt te vertegenwoordigen. Bij e-mail van 6 november 2008 heeft Dolev laten weten deze gegevens niet aan te kunnen leveren. Ook meldde Dolev daarbij dat hij thans van mening is dat leden van de familie Nussbaum niet tot de erfgenamen van K.W. Bachstitz behoren. Bij brief van 12 november 2008 heeft de Restitutiecommissie Dolev opnieuw verzocht de namen en volmachten van zijn opdrachtgevers uiterlijk 26 november 2008 aan te leveren. Dolev heeft deze stukken echter niet overgelegd. Bij e-mail van 3 januari 2009 heeft Dolev nog contact gezocht met de Restitutiecommissie, maar ook bij deze gelegenheid heeft hij niet aangetoond namens wie hij optreedt.

ALGEMENE OVERWEGINGEN

a) De commissie laat zich bij haar advisering leiden door de beleidslijnen terzake van de Commissie Ekkart als overgenomen door de regering.
b) De commissie heeft zich de vraag gesteld of een uit te brengen advies invloed mag ondervinden van mogelijke consequenties in latere zaken. De commissie beantwoordt die vraag, behoudens onder bijzondere omstandigheden ontkennend omdat een dergelijke invloed bezwaarlijk kan worden tegengeworpen aan de betrokken verzoeker.
c) De commissie heeft zich voorts afgevraagd op welke wijze moet worden omgegaan met het gegeven dat bepaalde feiten niet meer te achterhalen zijn, dat bepaalde gegevens verloren zijn gegaan of niet zijn teruggevonden of anderszins bewijzen niet meer zijn bij te brengen. De commissie is daaromtrent van mening dat, indien het tijdsverloop (mede) oorzaak is van de ontstane problemen, het risico daarvoor, indien het betreft particulier kunstbezit, behoudens onder bijzondere omstandigheden, behoort te liggen bij de overheid.
d) De commissie is van mening dat inzichten en omstandigheden die naar algemene maatschappelijke opvattingen sinds de Tweede Wereldoorlog klaarblijkelijk zijn veranderd, gelijk mogen worden gesteld aan nova (nieuwe feiten).
e) Onvrijwillig bezitsverlies is in hoge mate waarschijnlijk indien is verkocht zonder instemming van de kunsthandelaar door Verwalters of andere niet door de eigenaar aangestelde beheerders uit de onder hun beheer gestelde oude handelsvoorraad, voor zover de oorspronkelijke eigenaar of zijn erven niet het volledige profijt van de transactie heeft genoten of voor zover de eigenaar niet na de oorlog uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van rechten.

BIJZONDERE OVERWEGING

Dolev vraagt teruggave van 31 kunstwerken uit de Rijkscollectie. Hij heeft daarbij gesteld te handelen ‘on behalf of the heirs of Kurt Walter Bruno Bachstitz and on behalf of Nussbaum family’. Uit de stukken is echter niet duidelijk geworden dat Dolev bevoegd is deze personen te vertegenwoordigen. Daarom is er naar het oordeel van de commissie onvoldoende gebleken dat Dolev optreedt op een daartoe aan hem door een mogelijke erfgenaam of rechthebbende in deze zaak gegeven opdracht. Hieruit blijkt dat Dolev niet ontvankelijk is in zijn verzoek, zodat dit moet worden afgewezen.

CONCLUSIE

De Restitutiecommissie adviseert de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om het onderhavige verzoek af te wijzen.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 12 januari 2009 door W.J.M. Davids (voorzitter), J.Th.M. Bank, J.C.M. Leijten, P.J.N. van Os, E.J. van Straaten, H.M. Verrijn Stuart, I.C. van der Vlies (vice-voorzitter), en ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

(W.J.M. Davids, voorzitter)    (E. Campfens, secretaris)

Gerelateerde adviezen: