Glaser

Winterlandschap van Jan van de Velde II (Foto: Rijksmuseum Amsterdam)

Advies inzake Glaser

Dossiernummer: 
1.99
Soort advies: 
Rijkscollectie
Adviesdatum: 
4 oktober 2010
Periode bezitsverlies: 
1933-1940
Oorspronkelijke eigenaar: 
Particulier
Plaats bezitsverlies: 
Buiten Nederland

Bij brief van 17 oktober 2008 verzocht de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) de Restitutiecommissie om advies over de te nemen beslissing op het verzoek van 29 augustus 2007 van G.M., E.A.P., R.B., C.S., P.l. en B.L. (hierna: verzoekers) tot teruggave van het schilderij Winterlandschap van Jan van de Velde II. Het geclaimde object maakt als gevolg van een schenking sinds 1935 deel uit van de Nederlandse rijkscollectie en bevindt zich in het Rijksmuseum te Amsterdam.

DE PROCEDURE

De aanleiding voor het restitutieverzoek vormde een brief van 22 mei 2007 van verzoekers aan het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (hierna: RKD) betreffende het door Curt Glaser in 1933 verkochte schilderij Winterlandschap van Jan van de Velde II, waarvan verzoekers de verblijfplaats probeerden te achterhalen. In reactie hierop heeft het Rijksmuseum verzoekers gemeld dat recentelijk ontdekt was dat ‘in the State-owned collection of the Rijksmuseum there is a painting by Jan van de Velde II, which originally formed part of the Glaser collection’. In het kader van het adviesverzoek heeft de commissie een onderzoek naar de feiten uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in een conceptonderzoeksrapport van 26 november 2009. De commissie heeft het conceptonderzoeksrapport bij brief van 10 december 2009 ter feitelijke aanvulling toegezonden aan de Minister van OCW en bij brief van 11 december 2009 voor commentaar toegestuurd aan verzoekers. Verzoekers hebben gereageerd bij brief met bijlagen van 4 februari 2010. Het ministerie van OCW zond de commissie in reactie op het conceptrapport een brief van 22 maart 2010 van de heer W. Pijbes, hoofddirecteur van het Rijksmuseum Amsterdam. Deze brief is op 6 april 2010 door de commissie voor commentaar aan verzoekers doorgestuurd. Op 11 juni 2010 hebben verzoekers gereageerd, waarbij zij tevens aanvullende onderzoeksgegevens hebben overgelegd. De reactie van het Rijksmuseum en beide reacties van verzoekers zijn als bijlagen gevoegd bij het onderzoeksrapport, dat in deze vorm op 4 oktober 2010 door de commissie werd vastgesteld. Aangezien het schilderij in 1935 werd geschonken aan het Rijksmuseum te Amsterdam is dit werk onderdeel geworden van de Nederlandse rijkscollectie (inventarisnummer SK-A-3241). Hoewel het schilderij niet behoort tot de Nederlands-Kunstbezitcollectie, die hoofdzakelijk bestaat uit na de bevrijding naar Nederland gerecupereerde kunstwerken, adviseert de commissie in het kader van artikel 2 lid 1 jo. 4 van haar Instellingsbesluit, waaruit volgt dat de commissie ten aanzien van cultuurgoederen die zich in bezit van de Staat der Nederlanden bevinden dient te adviseren met inachtneming van het verruimde restitutiebeleid. Verzoekers hebben zich tijdens de procedure voor de commissie laten vertegenwoordigen door het advocatenkantoor Rowland & Associates te New York, Verenigde Staten.

OVERWEGINGEN

  1. Verzoekers vragen teruggave van het schilderij Winterlandschap van Jan van de Velde II. Verzoekers hebben gesteld erfgenamen te zijn van Curt Glaser (1879-1943). In dit kader heeft de commissie kennisgenomen van enkele erfrechtelijke stukken, op grond waarvan zij geen aanleiding heeft gezien te twijfelen aan deze status van verzoekers. Verzoekers verklaren dat Curt Glaser het onderhavige schilderij ten gevolge van het naziregime in Duitsland onvrijwillig heeft verloren.

  2. De relevante feiten zijn in het onderzoeksrapport van 4 oktober 2010 beschreven. Hier wordt volstaan met de volgende samenvatting. Curt Glaser was een Duits kunsthistoricus van joodse afkomst, die vanaf 1924 directeur was van de Staatliche Kunstbiliothek te Berlijn. Ten tijde van de Weimarrepubliek was hij een prominente figuur in de later door de nazi’s verachte Berlijnse kunstwereld en vormde zijn woning aan de Prinz Albrechtstrasse een ontmoetingsplaats voor kunstenaars en intellectuelen. Samen met zijn eerste echtgenote Elsa Kolker legde Glaser een omvangrijke kunstverzameling aan. Na de dood van zijn eerste vrouw in 1932 huwde Glaser op 30 mei 1933 in tweede echt met Marie Milch (1901-1981), die eveneens van joodse afkomst was.

  3. Glaser kreeg al spoedig na de machtsovername door de nazi’s in Duitsland te maken met anti-joodse maatregelen. Op 4 april 1933 gelastten de autoriteiten Glaser zijn woning te ontruimen en verlaten, waarna de Gestapo er haar hoofdkwartier vestigde. Voorts werd op 7 april 1933 de Gesetz zur Wiederherstellung des Berufsbeamtentums uitgevaardigd, die de verwijdering van joden en politieke tegenstanders uit het ambtenarenapparaat regelde. Op grond van deze wet mocht Glaser zijn functie als directeur van de Staatliche Kunstbibliothek vanaf mei 1933 niet meer uitoefenen.

  4. Na de uitzetting uit zijn woning door de nazi-autoriteiten liet Glaser zijn uitgebreide kunst- en boekenverzameling in twee delen veilen, te weten op 9 mei 1933 bij het Internationales Kunst- und Auktions- Haus GmbH en op 18-19 mei 1933 bij veilinghuis Max Perl, beide te Berlijn. Verzoekers hebben hierover gesteld dat Glaser ‘knew that as a Nazi opponent and being of Jewish heritage, and given the flurry of new laws that empowered the ability of the Nazis to arrest him and place him into a concentration camp without formal charge, he had no choice other than sell almost all of his belongings and immediately leave Germany’. In juli 1933 ontvluchtte Glaser nazi-Duitsland met zijn vrouw Marie Milch. Via Zwitserland, Italië en Cuba bereikte het echtpaar uiteindelijk de Verenigde Staten, waar Curt Glaser in 1943 overleed.

  5. Het onderzoek heeft uitgewezen dat het thans geclaimde schilderij als object 233 is vermeld in de catalogus van de veiling van Glasers collectie bij het Internationales Kunst- und Auktions- Haus GmbH op 9 mei 1933. Het is waarschijnlijk dat het schilderij op deze veiling is verkocht, maar het onderzoek heeft hierover geen volledige zekerheid verschaft. Noch in het RKD, noch bij onderzoek dat in opdracht van de commissie in Duitse bibliotheken is verricht door een Duits onderzoeksbureau is een geannoteerde veilingcatalogus of andere documentatie aangetroffen waaruit meer informatie afgeleid kan worden met betrekking tot een eventuele verkoop en verkoopprijs van het onderhavige schilderij. Wel is uit gegevens van het Rijksmuseum duidelijk geworden dat het kunstwerk na 9 mei 1933 in bezit was van kunsthandel Abels te Keulen. Voorts is bekend dat het schilderij in 1934 door kunsthandel P. de Boer te Amsterdam werd verkocht aan Estella Boas-Kogel, die het werk in 1935 aan het Rijksmuseum schonk. Sindsdien is het schilderij onderdeel van de Nederlandse rijkscollectie.

  6. Op grond van het geldende rijksbeleid met betrekking tot de restitutie van cultuurgoederen uit de rijkscollectie kan tot teruggave worden geadviseerd indien de eigendom in hoge mate aannemelijk is en de oorspronkelijke eigenaar het bezit van het kunstwerk onvrijwillig heeft verloren door omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime. Daarbij geldt bovendien, ingevolge de derde aanbeveling van de Commissie Ekkart van 26 april 2001, dat verkopen door joodse particulieren in Duitsland vanaf 1933 als gedwongen te worden beschouwd, tenzij nadrukkelijk anders blijkt.

  7. De commissie is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat het schilderij Winterlandschap van Jan van de Velde II eigendom was van Curt Glaser en deel uitmaakte van de eerste veiling van Glasers collectie in 1933. Over de aard van het bezitsverlies overweegt de commissie het volgende. Zoals hiervoor uiteengezet, werd het onderhavige schilderij naar alle waarschijnlijkheid op 9 mei 1933 in Duitsland verkocht door Curt Glaser, een kunstverzamelaar van joodse afkomst, die al vroeg tijdens het naziregime te maken kreeg met vervolgingsmaatregelen, zoals onder 3 en 4 overwogen. De commissie is dan ook van oordeel dat deze verkoop als onvrijwillig te beschouwen is.

  8. Na de oorlog verklaarden Glasers weduwe en schoonzuster in het kader van een aanvraag tot schadevergoeding bij de Duitse autoriteiten dat het verlies dat Glaser vanwege de veiling van zijn collectie had geleden het bedrag van 100.000 RM ruim overschreed. In dit kader kwamen de weduwe Glaser en het Entschädigungsamt Berlin op 6 december 1963 bij schikking overeen dat zij een schadevergoeding van in totaal 7100 DM kreeg toegekend. Hiervan was 5000 DM een compensatie voor het verlies dat Glaser vanwege de veilingen had geleden. Met de schikking werden alle Ansprüche auf Entschädigung endgültig erledigt, die der Antragsteller angemeldet hat und die ihm auf grund des Bundesgesetzes zur Entschädigung für Opfer der nationalsozialistischen Verfolgung [….] zustehen aus Schaden an Eigentum und Vermögen’. De commissie is van oordeel dat deze schikking geen beletsel vormt voor de ontvankelijkheid van verzoekers betreffende een claim op een kunstwerk uit de Nederlandse rijkscollectie, aangezien de schikking geen afstand van rechten op de verloren kunstwerken inhield en de Staat der Nederlanden evenmin partij was. Ook is uit onderzoek niet gebleken dat de weduwe Glaser na de oorlog contact heeft gehad met het Rijksmuseum of de Nederlandse autoriteiten over het thans geclaimde werk. Onder verwijzing naar de eerste aanbeveling van de Commissie Ekkart inzake particulier kunstbezit en de toelichting daarop, oordeelt de commissie dan ook dat hier geen sprake is van een in het verleden afgehandelde zaak.

  9. Op grond van het voorgaande adviseert de commissie tot teruggave van het geclaimde schilderij. De commissie is van oordeel dat daaraan geen voorwaarde tot terugbetaling van de destijds ontvangen koopsom dient te worden verbonden. Daarbij wordt gewezen op de vierde en vijfde aanbeveling van de Commissie Ekkart uit april 2001, waarin is bepaald dat een verplichting tot terugbetaling uitsluitend bestaat wanneer de toenmalige verkoper de opbrengsten ter vrije beschikking heeft gekregen. Bij twijfel of men de opbrengsten daadwerkelijk heeft genoten, dient aan de rechthebbenden het voordeel van de twijfel te worden gegund. Tevens is in de toelichting op deze aanbevelingen opgenomen dat er geen reden is tot terugbetaling in alle gevallen waarin betaling is ontvangen waarvan het waarschijnlijk is dat die uitsluitend is besteed aan al dan niet geslaagde pogingen het land te verlaten of onder te duiken. De commissie acht het aannemelijk dat Glaser de verkregen veilingopbrengsten niet vrijelijk heeft kunnen besteden, maar als gevolg van de oorlogsomstandigheden heeft moeten aanwenden om zijn vlucht naar de Verenigde Staten en de door het naziregime opgelegde uitreisbelastingen te kunnen bekostigen. Omtrent de door de weduwe na de oorlog ontvangen schadevergoeding voor het in verband met de veiling van enige honderden kunstwerken geleden verlies, overweegt de commissie het volgende. Voor zover al zou zijn vast te stellen welk deel van het bedrag van 5000 DM betrekking heeft op het thans geclaimde schilderij, is een eventuele afdracht van deze geldsom een aangelegenheid tussen de erven Glaser en de Duitse staat. Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat bij teruggave van het werk zonder terugbetaling geen sprake is van ongerechtvaardigde verrijking.

CONCLUSIE

De Restitutiecommissie adviseert de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om het schilderij Winterlandschap van Jan van de Velde II te restitueren aan de erven van Curt Glaser.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 4 oktober 2010 door W.J.M. Davids (voorzitter), J.Th.M. Bank, P.J.N. van Os, D.H.M. Peeperkorn, H.M. Verrijn Stuart, I.C. van der Vlies (vice-voorzitter) en ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

(W.J.M. Davids, voorzitter)              (E. Campfens, secretaris)

Relevante persberichten: