Hamburger (II)

J.J. van Goyen, Landschap met bedelaars en twee ruiters bij een ruïne

Advies inzake Hamburger II

Dossiernummer: 
RC 1.130
Soort advies: 
NK-collectie
Adviesdatum: 
9 december 2013
Periode bezitsverlies: 
1940-1945
Oorspronkelijke eigenaar: 
Particulier
Plaats bezitsverlies: 
In Nederland

Bij brief van 6 mei 2013 verzocht de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de minister) de Restitutiecommissie (hierna: de commissie) om advies inzake het verzoek van 20 maart 2013 van XX te YY, Zwitserland (hierna: verzoekster) tot teruggave van een schilderij dat tot het voormalig bezit van Gustaaf Hamburger zou hebben behoord. Het betreft Landschap met bedelaars en twee ruiters bij een ruïne van de kunstenaar J.J. van Goyen (voormalige toeschrijvingen E. van de Velde; S.J. van Ruysdael), dat thans onder inventarisnummer NK 2782 deel uitmaakt van de Nederlands Kunstbezit-collectie in beheer van het Rijk (hierna: NK-collectie). Het schilderij is momenteel in bruikleen bij het Limburgs Museum te Venlo.

De procedure

In het kader van het adviesverzoek van de minister heeft de commissie een onderzoek naar de feiten uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in een conceptonderzoeksrapport van 11 november 2013. De commissie heeft dit conceptrapport bij brief van 15 november 2013 voor commentaar toegestuurd aan verzoekster, waarop zij op 27 november 2013 heeft gereageerd. De commissie heeft de conceptrapportage daarnaast voor feitelijke aanvulling toegezonden aan de minister bij brief van 15 november 2013, waarop de minister de commissie op 21 november 2013 heeft laten weten geen aanvullende feiten onder de aandacht van de commissie te willen brengen. Het onderzoeksrapport is vervolgens vastgesteld op 9 december 2013. Voor de feiten in deze zaak verwijst de commissie naar het onderzoeksrapport; hieronder zal worden volstaan met een samenvatting.

Verzoekster heeft zich tijdens de procedure voor de commissie laten vertegenwoordigen door advocaat Nancy Parke-Taylor te Canada.

Op 4 maart 2013 heeft de RC in de zaak RC 1.137 geadviseerd tot teruggave aan verzoekster van drie schotels van keramiek uit de NK-collectie uit het voormalig bezit van Gustaaf Hamburger (NK 223, NK 444 en NK 575). 

Overwegingen

  1. Verzoekster vraagt teruggave van een schilderij uit het voormalig bezit van haar vader mr. Gustaaf Hamburger (1887-1977). Zij heeft daarbij verklaard enig erfgename van haar vader te zijn. De commissie heeft kennisgenomen van een verklaring van erfrecht, verleden op 19 augustus 2013 voor mr. M.R. Meijer, notaris te Amsterdam, waarin wordt verklaard dat Gustaaf Hamburger verzoekster als enig erfgename heeft achtergelaten.
    De commissie acht hiermee de positie van verzoekster als rechthebbende op het vermogen van haar vader aangetoond.
  2. Gustaaf Hamburger (hierna ook: Hamburger) werd in 1887 geboren te Utrecht. In 1920 richtte hij met anderen de bank Hamburger & Co’s Bankierskantoor N.V. te Amsterdam op. Hamburger woonde in Laren en verzamelde kunst. In 1940 wist Hamburger met zijn vrouw naar de Verenigde Staten te ontkomen, met achterlating van een groot deel van zijn bezittingen in Nederland. Zijn huis in Laren, met een deel van zijn kunstbezit, werd gedurende de bezetting geconfisqueerd door de Wehrmacht. Andere delen van zijn kunstcollectie, die Hamburger in bewaring had gegeven, werden tijdens de bezetting door de nazi-autoriteiten aangemerkt als vijandelijk bezit, geconfisqueerd en verkocht. Bij het onderzoek door de commissie zijn lijsten aangetroffen waarop onder meer de Duitse roofinstelling Dienststelle Mühlmann en veilinghuis Dorotheum te Wenen worden genoemd als kopers van tijdens de oorlog verkochte goederen van onder meer Hamburger.
  3. Op grond van documentatie uit het archief van de Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK) acht de commissie het in hoge mate aannemelijk dat het thans geclaimde schilderij NK 2782 behoorde tot de collectie van Gustaaf Hamburger en zijn eigendom was. De commissie leidt dit onder meer af uit een taxatielijst uit 1935 van goederen uit de collectie van Hamburger, waarop de omschrijving ‘J. van Goyen / Ruiters en boeren bij eene ruïne’ voorkomt. Een andere bron waarop de commissie zich bij haar oordeel baseert, is een door Gustaaf Hamburger op 31 oktober 1945 ingevuld aangifteformulier van de SNK voor een schilderij van of toegeschreven aan J. van Goyen, getiteld Ruiters en boeren bij ruïne aan water (paneel, 36.1 x 33.8 cm.). Hamburger verklaarde op het formulier dat hij de eigenaar van dit werk was. Een door hem overgelegde, bij het aangifteformulier behorende foto, die bij het onderzoek door de commissie in een ander dossier uit het archief van de SNK is aangetroffen, betreft het huidige NK 2782.
  4. Op het bovengenoemde aangifteformulier van de SNK verklaarde Hamburger dat het schilderij door gedwongen verkoop in bezit was gekomen van Dorotheum te Wenen. In andere documentatie uit het archief van de stichting wordt vermeld dat het schilderij van Hamburger in beslag was genomen door Dienststelle Mühlmann en verkocht was aan Dorotheum te Wenen. De commissie concludeert dat het huidige NK 2782, dat naar alle waarschijnlijkheid is geconfisqueerd toen Hamburger met zijn echtgenote Nederland had weten te ontvluchten, onvrijwillig, als gevolg van omstandigheden die direct verband houden met het naziregime, uit zijn bezit is geraakt.
  5. Pas in 1951, relatief laat, is het thans geclaimde schilderij vanuit Wenen gerecupereerd en teruggevoerd naar Nederland. Hamburger heeft diverse objecten uit zijn collectie teruggekregen, maar niet het huidige NK 2782. Kennelijk was hij niet op de hoogte van de recuperatie van het schilderij. De reden hiervan was naar alle waarschijnlijkheid dat de SNK het naar Nederland teruggevoerde object heeft verward met een schilderij van de kunstenaar E. van de Velde, dat volgens haar gegevens tijdens de oorlog vrijwillig verkocht was door kunsthandel De Boer in Amsterdam, maar waarover De Boer in 1949 aan de stichting had laten weten geen aantekeningen te kunnen vinden. De SNK is ervan uitgegaan dat het door Hamburger vermiste schilderij van of toegeschreven aan Van Goyen niet naar Nederland was teruggekeerd. Uit de in overweging 3 genoemde documentatie, in het bijzonder het door Hamburger ingevulde aangifteformulier met bijbehorende foto, blijkt echter dat het gerecupereerde schilderij wel degelijk het oorspronkelijk eigendom was van Hamburger. De commissie acht het verzoek toewijsbaar.
  6. Tot slot moet de vraag worden beantwoord of tegenover restitutie van het geclaimde schilderij een betalingsverplichting zou moeten worden gesteld in verband met een eventueel ontvangen tegenprestatie. Ingevolge het geldende restitutiebeleid is een verplichting tot terugbetaling uitsluitend aan de orde indien en voor zover de toenmalige verkoper of zijn erven de opbrengst daadwerkelijk ter vrije beschikking hebben gekregen. Hieromtrent overweegt de commissie dat onbekend is of voor het schilderij enige koopsom is betaald. Uit de naoorlogse correspondentie kan worden afgeleid dat de Dienststelle Mühlmann slechts een gedeelte van de totale waarde van de uit het bezit-Hamburger verworven objecten heeft vergoed. De commissie is van oordeel dat onder deze omstandigheden een betalingsverplichting in deze zaak achterwege kan blijven.

 

Conclusie

De Restitutiecommissie adviseert de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om NK 2782 te restitueren aan verzoekster.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 9 december 2013 door W.J.M. Davids (voorzitter), J.Th.M. Bank, R. Herrmann, P.J.N. van Os, E.J. van Straaten en H.M. Verrijn Stuart, ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

 

(W.J.M. Davids, voorzitter)                          (E. Campfens, secretaris)

Gerelateerde adviezen: