Alfred en Fanny Mautner

Advies inzake Alfred en Fanny Mautner

Dossiernummer: 
RC 1.184
Soort advies: 
NK-collectie
Adviesdatum: 
25 november 2020
Periode bezitsverlies: 
1940-1945
Oorspronkelijke eigenaar: 
Particulier
Plaats bezitsverlies: 
In Nederland

Bij brief van 24 juni 2020 heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de minister) de Restitutiecommissie (hierna: de commissie) om advies gevraagd over het verzoek tot teruggave van het schilderij De Bruiloft te Canaa door J.G. Platzer en bijbehorende lijst (hierna: het geclaimde schilderij). Het schilderij maakt deel uit van de Nederlands Kunstbezit-collectie (hierna: NK-collectie) als NK 2216. Het verzoek om teruggave is bij de minister ingediend op 24 april 2020 door AA, te BB, XX (hierna: verzoekster). Verzoekster stelt dat zij gerechtigd is tot de nalatenschap van Alfred en Fanny Mautner, die het bezit van het geclaimde schilderij onvrijwillig hebben verloren door omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime. Verzoekster wordt vertegenwoordigd door Imke Gielen, Rechtsanwältin bij advocatenkantoor Von Trott zu Solz Lammek te Berlijn, Duitsland. De minister laat zich in deze zaak vertegenwoordigen door CC, adviseur Roerend Erfgoed en Rijkscollectie bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (hierna: de RCE).

De commissie adviseert ingevolge het Besluit adviescommissie restitutieverzoeken cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog (hierna: het Instellingsbesluit) naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.     
Dr. J.F. Cohen heeft de commissie in deze zaak bijgestaan als adviseur.

Overwegingen

Het verzoek om restitutie
1.    Het thans geclaimde schilderij betreft een olieverfschildering op koperplaat, getiteld De Bruiloft te Canaa, en is geschilderd door de Oostenrijkse schilder Johann Georg Platzer (1704-1761). Het schilderij meet 59,0 x 47,0 centimeter. Het schilderij is na de Tweede Wereldoorlog gerecupereerd naar Nederland en vervolgens opgenomen in de NK-collectie als NK 2216. Het bevindt zich thans in het depot van de RCE.
De commissie heeft eerder al eens geadviseerd over een ander verzoek om restitutie van het thans geclaimde schilderij. Dit betrof het op 12 oktober 2009 uitgebrachte advies RC 1.89-A Mautner. Verzoekers in die zaak waren erfgenamen van Wilhelm Mautner (1889-1944). In dit advies overwoog de commissie:
Met betrekking tot het schilderij NK 2216, De bruiloft te Canaa van de kunstenaar J.G. Platzer, zijn geen aanwijzingen gevonden dat het werk eigendom is geweest van Wilhelm Mautner. Vermoedelijk is dit werk eigendom geweest van iemand anders met dezelfde achternaam, te weten Franziska (Fanny) Mautner en/of haar echtgenoot Alfred George Mautner. Voor zover bekend gaat het hier niet om directe familie van Wilhelm Mautner.’
Verzoekster in de huidige zaak is naar zij stelt trustee en begunstigde van de DD Trust, waarin onder meer de rechten uit de nalatenschappen van Alfred en Fanny Mautner zijn ondergebracht.
De commissie heeft kennisgenomen van de door verzoekster overgelegde erfrechtelijke en trust-documentatie. De commissie heeft geen reden te twijfelen aan de hiervoor omschreven status van verzoekster.

Eerder onderzoek naar het thans geclaimde schilderij
2.    De commissie heeft ten behoeve van het in 2009 aan de minister uitgebrachte advies RC 1.89-A onderzoek verricht naar de herkomst van het thans geclaimde schilderij, waarvan de resultaten zijn weergegeven in het in die zaak opgestelde onderzoeksrapport. Over het thans geclaimde schilderij is bij dit onderzoek bekend geworden dat het in februari 1941 is verworven door kunsthandel P. de Boer te Amsterdam op een veiling bij veilinghuis Frederik Muller & Co. te Amsterdam. Kunsthandel De Boer heeft in oktober 1945 een aangifteformulier ingevuld voor het schilderij voor de Stichting Nederlands Kunstbezit (de SNK). Hierop was aangegeven dat het schilderij ‘oorspronkelijk in bezit’ was van kunsthandel De Boer en dat het door ‘vrijwillige verkoop’ in bezit was gekomen van ‘Museum, Troppau’.
Op 3 februari 1950 schreef de SNK aan kunsthandel De Boer: ‘Bij deze verzoek ik U mij van de door U aangegeven schilderijen te berichten van wie U deze schilderijen hebt gekocht en of deze verkoper deze schilderijen vrijwillig dan wel onder dwang heeft verkocht’. Hierop antwoordde kunsthandel De Boer bij brief van 23 mei 1950: ‘(…) ik ben uitvoerig alle gegevens nagegaan en noem U hieronder enkele gevallen, waar men zich inderdaad op overmacht zou kunnen beroepen, of waar de bron niet zo duidelijk is, daar de schilderijen in een veiling zijn gekocht. (…)’. Onder de schilderijen die kunsthandel De Boer noemde aan de SNK bevond zich het thans geclaimde schilderij.  
Frederik Muller & Co. berichtte het Bureau Herstelbetalings- en Recuperatiegoederen (Hergo, de taakopvolger van de SNK) op 16 april 1951 desgevraagd dat het thans geclaimde schilderij op de veiling NLG 650,- had opgebracht en dat het ‘afkomstig [was] van v.d. Hoop’s Meubelbewaring’. Bureau Hergo wendde zich op 20 april 1951 tot dit in Amsterdam gevestigde bedrijf met de vraag ‘op welke wijze en wanneer U in het bezit van dit stuk zijt gekomen’. Er is geen antwoordbrief aangetroffen van ‘v.d. Hoop’s Meubelbewaring’ maar op de door de SNK opgestelde inventariskaart van het thans geclaimde schilderij wordt wel verwezen naar het antwoord: ‘Br. v.d. Hoop, A’dam, dd. 26-4-51. / Verkoop voor Dr. A.G. Mautner t.b.v. verr. opslagkosten’. Ook een ander SNK-document geeft een beknopte samenvatting van de brief, te weten: ‘verkoop van schilderij van Dr. AG Mautner en Mevr. Mautner’.

Alfred en Fanny Mautner
3.    Het onderzoeksrapport in RC 1.89-A uit 2009 vermeldt dat de hierboven genoemde personen naar alle waarschijnlijkheid Alfred George Mautner en diens echtgenote Franziska (Fanny) Mautner zijn. Verzoekster in de huidige zaak heeft bij haar verzoek om teruggave van 24 april 2020 onder meer een rapportage gevoegd, gedateerd januari 2020, opgesteld door Esther Sabelus die gegevens bevat over de levensloop van Alfred en Fanny Mautner. Deze gegevens kunnen als volgt worden weergegeven.
Alfred George Mautner (geboren 1887) was samen met zijn oudere broer Maximilian vennoot van de door hun vader Alois Mautner in 1889 opgerichte, in Wenen gevestigde, Bank- und Wechslergeschäft Alois Mautner & Co. De broers Mautner namen na de Eerste Wereldoorlog de Tsjechoslowaakse nationaliteit aan. Alfred Mautner was de Uruguayaanse consul in Wenen. Hij trouwde in 1929 met zijn tweede vrouw Franziska (Fanny) (1909-2003), die de Amerikaanse nationaliteit had. Zij kregen in 1930 een dochter, Ariane Mautner. De Mautners woonden in Wenen, waar zij na de Anschluss van Oostenrijk bij nazi-Duitsland in maart 1938 te maken kregen met anti-Joodse maatregelen. Zo werd over de bank Mautner & Co een Verwalter aangesteld. De familie Mautner vluchtte in eerste instantie naar Praag, vanwaar ze op 7 januari 1939 naar Amsterdam vlogen om de volgende dag verder te reizen naar Parijs. De familie Mautner heeft de oorlog overleefd maar over hun verdere levensloop is niet veel bekend. Alfred Mautner zou na Parijs naar Uruguay zijn geëmigreerd. Hij overleed in New York op 16 april 1958. Fanny Mautner overleed in 2003 in New York. Hun dochter Ariane overleed in 2010 in dezelfde stad.
    
4.    Uit een dossier van het Nederlands Beheersinstituut (het NBI) over Fanny Mautner kan worden afgeleid dat zij en/of haar echtgenoot op onbekende datum vanuit Wenen goederen naar Nederland had laten zenden. Na de oorlog is door Fanny Mautner vanuit New York, haar advocaat in Parijs, het Amerikaanse consulaat te Amsterdam en Alfred Mautner gecorrespondeerd met het NBI over een door Fanny Mautner ingediende schadeclaim inzake de ‘verloren gegane inboedel’. De N.V. Van der Hoop’s Meubelbewaring en Transportmaatschappij (hierna: Van der Hoop) schreef op 1 juli 1946 desgevraagd aan het Amerikaanse consulaat dat ‘de goederen van Mrs. Fanny Mautner niet bij ons op het pand waren opgeslagen, doch in het Gem. Handels Entrepot als z.g doorvoergoed of transito-goed (…) onder douane-versluiting. (…) Schriftelijk werd ons per Maart 1942 medegedeeld door de “Sammelverwaltung Feindlicher Hausgeräte” van Stolkweg 9 te Den Haag, dat de goederen in beslag waren genomen (…)’.
Uit voormelde correspondentie kan worden afgeleid dat aan Fanny Mautner een deel van de schade is vergoed. Het NBI-dossier van Fanny Mautner bevat een ongedateerde, Franstalige lijst van goederen die aan Franziska (Fanny) Mautner zouden hebben toebehoord (hierna: de Franstalige lijst) en die volgens deze lijst waren ‘enleves par les allemands a Amsterdam’. Deze lijst vermeldt onder meer ‘1 tableaux de Platzen signe / [valeur] 200 [dol.]’.

Geen nader onderzoek nodig
5.    Op grond van het Instellingsbesluit kan de commissie het Expertisecentrum Tweede Wereldoorlog en Restitutieverzoeken van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies vragen een feitenonderzoek in te stellen ten behoeve van de advisering over een aan de commissie voorgelegd adviesverzoek. Gelet op de gegevens die al bekend zijn geworden door het onderzoek naar de herkomst van het thans geclaimde schilderij in RC 1.89-A in 2009 en de door de verzoekster aangevoerde aanvullende informatie acht de commissie nader onderzoek door het Expertisecentrum niet nodig.  
Namens de minister is meegedeeld dat zij geen commentaar heeft op de feiten. De advocaat van verzoekster heeft bij brief van 24 november 2020 enkele opmerkingen gemaakt waarvan de commissie nota heeft genomen.  

Beoordeling claim
6.    De commissie adviseert naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Wat betreft de eigendomsvraag verwijst de commissie naar de hierboven onder 2, 3 en 4 vermelde gegevens, waaruit blijkt dat goederen van Alfred en Fanny Mautner in 1939 waren opgeslagen en dat deze goederen in 1942 in beslag zijn genomen door de Duitse bezetter. De Franstalige lijst van goederen van Fanny Mautner vermeldt ‘1 tableaux de Platzen signe / [valeur] 200 [dol.]’, waarschijnlijk het thans geclaimde schilderij. Bovenal is er de notitie op de SNK-inventariskaart van het thans geclaimde schilderij op grond waarvan ervan uit kan worden gegaan dat de firma Van der Hoop op 26 april 1951 aan Bureau Hergo schreef dat zij het thans geclaimde schilderij heeft verkocht ‘voor Dr. A.G. Mautner t.b.v. verr. opslagkosten’. Op grond van deze gegevens acht de commissie het in hoge mate aannemelijk dat het thans geclaimde schilderij heeft toebehoord aan Alfred en Fanny Mautner, zoals de commissie in 2009 in RC 1.89-A ook al voorlopig concludeerde.

7.    Wat betreft de omstandigheden waaronder Alfred en Fanny Mautner het bezit van het thans geclaimde schilderij hebben verloren kan volgens de commissie worden aangenomen dat in ieder geval een groot deel van de door Alfred en Fanny Mautner opgeslagen goederen door de Sammelverwaltung Feindlicher Hausgeräte in 1942 in beslag is genomen als vijandelijk vermogen. Het is denkbaar dat Fanny Mautner er na de oorlog vanuit ging dat dit lot ook het thans geclaimde schilderij heeft getroffen, gezien de vermelding op de Franstalige lijst van een schilderij van ‘Platzen’. Gelet op de naoorlogse mededeling van de firma Van der Hoop dat de firma het schilderij heeft verkocht ‘voor Dr. A.G. Mautner t.b.v. verr. opslagkosten’ en het tijdstip van de veiling van het schilderij bij veilinghuis Frederik Muller & Co, februari 1941, is het naar het oordeel van de commissie echter aannemelijker dat het schilderij inderdaad op de door Van der Hoop aangegeven wijze is verkocht.    
Het is onbekend of deze verkoop heeft plaatsgevonden met instemming van Alfred en Fanny Mautner of op instructie van de Duitse bezetter en niet geheel duidelijk wat de rol van Van der Hoop was. In ieder geval hield deze verkoop verband met de kosten die de Mautners in verband met hun vlucht voor de nazi’s moesten maken. Dit door Alfred en Fanny Mautner geleden bezitsverlies dient naar het oordeel van de commissie dan ook te worden aangemerkt als onvrijwillig als gevolg van omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime.

8.    Het adviesverzoek heeft betrekking op een verzoek om teruggave van een na afloop van de Tweede Wereldoorlog naar Nederland gerecupereerd schilderij dat door de Nederlandse Staat in beheer is genomen met de uitdrukkelijke opdracht dit – zo mogelijk – terug te geven aan de rechthebbenden of hun erfgenamen. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dient naar het oordeel van de commissie een verzoek om teruggave van deze categorie kunstwerken door een erfgenaam van de oorspronkelijk eigenaar te worden ingewilligd indien voldoende aannemelijk is dat de oorspronkelijke eigenaar het bezit ervan onvrijwillig heeft verloren als gevolg van omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime. Nu in dit geval aan deze vereisten is voldaan, zal de commissie dan ook adviseren tot teruggave van het schilderij aan de erfgenamen van Alfred en Fanny Mautner.  
Voor het verbinden van een betalingsverplichting aan de afgifte van het schilderij bestaat geen aanleiding, aangezien Alfred en Fanny Mautner niet vrij hebben kunnen beschikken over de opbrengst van de verkoop van het schilderij in 1941. Bovendien kan uit de aangetroffen stukken worden opgemaakt dat schadevergoeding is ontvangen voor niet meer dan een deel van de verloren gegane inboedel.

Samenvatting
9.    De overwegingen van de commissie kunnen als volgt worden samengevat:
- Het schilderij De Bruiloft te Canaa door de Oostenrijkse schilder Johann Georg Platzer was voor de oorlog eigendom van de in Wenen woonachtige Alfred en Fanny Mautner. Na de machtsovername door de nazi’s in Oostenrijk in 1938 zijn zij in 1939 via Amsterdam gevlucht. Het schilderij werd met de overige inboedel opgeslagen in Amsterdam en is in 1941 verkocht om de opslagkosten te voldoen. Het is hierna doorverkocht;
- Na de oorlog is het schilderij gerecupereerd naar Nederland en in beheer genomen door de Nederlandse Staat met de uitdrukkelijke opdracht dit – zo mogelijk – terug te geven aan de rechthebbenden of hun erfgenamen. Dat is tot nu toe niet gebeurd. Verzoekster is trustee en begunstigde van de DD Trust, waarin de rechten uit de nalatenschappen van Alfred en Fanny Mautner zijn ondergebracht en vraagt de minister om restitutie van het schilderij;
- De commissie adviseert de minister dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dit verzoek moet worden ingewilligd omdat voldoende aannemelijk is dat Alfred en Fanny Mautner het bezit van het schilderij onvrijwillig hebben verloren als gevolg van hun vlucht voor de nazi’s.

Conclusie

De Restitutiecommissie adviseert de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen het schilderij NK 2216 Bruiloft te Canaa door J.G. Platzer te restitueren aan de erfgenamen van Alfred George Mautner (1887-1958) en Franziska Mautner (1909-2003).

Aldus vastgesteld op 25 november 2020 door A. Hammerstein (voorzitter), J.H.W. Koster, J.H. van Kreveld, D. Oostinga, E.H. Swaab (plaatsvervangend voorzitter) en C.C. Wesselink en ondertekend door de voorzitter en de secretaris a.i.

(A. Hammerstein, voorzitter)            (M.J.W. Drent, secretaris a.i.)