Na de oorlog werden diverse ‘programma’s’, ‘raden’ en ‘stichtingen’ opgericht welke zich richtten op het opsporen van geroofde kunstwerken en het terug bezorgen van deze kunstwerken bij de rechtmatige eigenaar.

MFAA
In de Verenigde Staten werd, onder invloed van president Roosevelt, The Monuments, Fine arts and Archives programme (MFAA) opgericht. Dit programma had als kerntaak om door de nazi’s geroofde kunstwerken tijdens de Tweede Wereldoorlog op te sporen en veilig te stellen. 

Raad voor Rechtsherstel
In Nederland werd na de bevrijding, in augustus 1945, de Raad voor het Rechtsherstel opgericht. De taak van deze raad was de vooroorlogse rechtsorde zoveel mogelijk te herstellen. Ook kreeg zij de bevoegdheid om naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid in te grijpen in rechtsbetrekkingen van civielrechtelijke aard, zoals eigendomsverhoudingen. De raad bestond uit een afdeling rechtspraak en een afdeling beheer. Tot 1 juli 1951 kon men bij de afdeling rechtspraak een verzoek tot rechtsherstel indienen. De afdeling beheer richtte zich op de opsporing, het beheer en de liquidatie van vijandelijk en landverraderlijk vermogen en van vermogen van afwezige en onbekende eigenaren.

Stichting Nederlands Kunstbezit en Bureau Herstelbetalings- en Recuperatiegoederen
Eind 1945 werd de Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK) opgericht.Gedreven door bezorgdheid over de grote verliezen die Nederland ook op cultureel gebied had geleden, richtte de SNK zich in de eerste jaren na de oorlog vooral op het terugwinnen van Nederlands kunstbezit. Vele kunstwerken vonden mede door toedoen van de stichting in de jaren direct na de oorlog hun weg terug naar Nederland. Daarnaast zette de SNK zich in voor de teruggave (restitutie) van geroofde kunstwerken aan de voormalige eigenaren of nabestaanden.

Vooral na 1948 deed de stichting actief onderzoek naar de oorspronkelijke eigenaren. De interne richtlijnen die de stichting voor de beoordeling van restitutieverzoeken hanteerde, gingen uit van bewezen gedwongen bezitsverlies tijdens de oorlog. Teruggave van voormalige eigendommen was mogelijk tegen overdracht van een eventueel tijdens de oorlog ontvangen verkoopsom en betaling van de kosten voor het terugwinnen van het kunstbezit aan de stichting. In 1949 en 1950 organiseerde de stichting drie zogenaamde claimtentoonstellingen. Deze tentoonstellingen gaven mensen de mogelijkheid hun kunstwerken terug te vinden.

In 1948 raakte de SNK door schandalen in opspraak. In 1950 werden haar taken daarom overgenomen door het Bureau Herstelbetalings- en Recuperatiegoederen (Hergo). Na het verstrijken van de termijn voor het indienen van een verzoek om restitutie werd in de loop van de jaren ‘50 ook Hergo opgeheven.

Afronding hoofdstuk kunstrestitutie?
Het leek erop dat het lastige hoofdstuk ‘kunstrestitutie’ kon worden afgesloten. De teruggewonnen kunstwerken die behouden zijn ten behoeve van het nationaal kunstbezit, worden tegenwoordig aangeduid als de ‘NK-collectie’. Deze collectie maakt deel uit van de Rijkscollectie en staat onder beheer van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van het ministerie van OCW.