Eén van de taken van de Restitutiecommissie is advies uitbrengen aan de Minister van OCW over individuele verzoeken tot teruggave van werken uit de Rijkscollectie, waaronder de NK-collectie.

Veel kunstwerken die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland terecht zijn gekomen, zijn na de bevrijding teruggevoerd naar het land van herkomst. Na 1945 spoorden de geallieerden deze kunstwerken op en vervoerden ze terug naar Nederland. Daar werden ze onder beheer van de Nederlandse Staat gesteld. Hiermee ging de opdracht gepaard de kunstwerken terug te geven aan de rechtmatige eigenaren of hun erfgenamen (restitutie). Een deel van de cultuurgoederen die na de oorlog niet zijn gerestitueerd, werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw geveild. De overgebleven werken werden, samen met andere kunstwerken met een ‘oorlogsherkomst’, samengebracht in de zogeheten Nederlands Kunstbezit-collectie (NK-collectie), als onderdeel van de Rijkscollectie.

Tegenwoordig beheert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) de NK-collectie.Daarin bevinden zich nog ongeveer 3800 kunstwerken. De werken bevinden zich vaak in bruikleen bij Nederlandse musea of overheidsgebouwen. Naar de herkomstgeschiedenis van de individuele kunstwerken in de NK-collectie is onderzoek verricht door Bureau Herkomst Gezocht. De resultaten van dit onderzoek zijn onder meer online te raadplegen via deze website.

Ook in andere delen van de Rijkscollectie kunnen kunstwerken met een oorlogsherkomst terecht zijn gekomen. Een kunstwerk kan bijvoorbeeld na 1933 zijn aangekocht of na de bezetting zijn opgespoord en in bewaring zijn gegeven bij een Rijksmuseum.

Voor alle werken uit de Rijkscollectie kan een verzoek om restitutie worden ingediend bij de Minister van OCW. Vanaf 30 juni 2015 wordt bij deze verzoeken het beoordelingskader redelijkheid en billijkheid toegepast.