Gedurende het onderzoek bleek het dat bij diverse kunstwerken onduidelijk blijft of zij indertijd terecht naar Nederland zijn gerecupereerd. In sommige gevallen gaat het daarbij om kunstwerken die in de loop van de oorlogsjaren omzwervingen hebben gemaakt en aanvankelijk in een ander land in handen van de Duitse bezetter zijn gekomen, daarna uit Duits bezit weer in Nederlandse handen kwamen en vervolgens opnieuw naar Duitsland zijn verkocht. Wanneer claims op dergelijke stukken door (erfgenamen van) buitenlandse particulieren worden ingediend, worden die op dezelfde wijze behandeld als die van (erfgenamen van) vroegere Nederlandse eigenaars.  Indien bij dergelijke kunstwerken onderling tegenstrijdige aanspraken worden gemaakt, dient naar de mening van de commissie het eerste bezitsverlies in het algemeen te moeten prevaleren. Aan de Restitutiecommissie dient echter de ruimte te worden gegeven om, afhankelijk van de specifieke omstandigheden, de onderlinge zwaarte van dergelijke tegenstrijdige claims af te wegen.

Daarnaast zijn er kunstwerken waarvan bij het huidige onderzoek moest worden geconstateerd dat onduidelijk is waarom ze naar Nederland zijn gerecupereerd, maar waarbij geen duidelijke aanwijzingen tevoorschijn zijn gekomen omtrent vroegere individuele eigenaars. Dergelijke onduidelijkheden worden mede veroorzaakt door het feit dat inmiddels meer dan een halve eeuw voorbijgegaan is en de motieven voor de toewijzing van afzonderlijke stukken aan Nederland lang niet altijd zijn vastgelegd, terwijl er ook geen rechtstreeks betrokkenen meer informatie kunnen geven. In zulke gevallen is er zonder dat er nieuwe gegevens tevoorschijn  komen, geen basis voor enige verdere actie.

Indien andere staten claims op werken uit de NK-collectie indienen, zullen die claims door de regering in bilateraal overleg met de regering van het betreffende land moeten worden afgehandeld.  

 

Aanbeveling 3

Claims van buitenlandse particulieren op eventueel ten onrechte naar Nederland gerecupereerde kunstwerken dienen op dezelfde wijze te worden behandeld als de claims van (erfgenamen van) eigenaars die in Nederland kunstwerken zijn kwijtgeraakt.

 

Aanbeveling 4

De commissie adviseert eventuele claims van andere staten op werken uit de NK-collectie, die wellicht ten onrechte naar Nederland zijn gerecupereerd, niet voor te leggen aan  de Restitutiecommissie, maar in bilateraal overleg met de regering van het betreffende land af te handelen.