In een vroeg stadium van de Tweede Wereldoorlog was al bekend dat de nazi’s op grote schaal vermogensobjecten wegvoerden naar Duitsland. De Nederlandse regering in ballingschap probeerde vanuit Londen deze economische plundering tegen te gaan. Zij kondigde noodwetten af die onder meer alle transacties met de vijand verboden en bij voorbaat nietig verklaarden. Zij ondertekende op 5 januari 1943 de Inter-Allied Declaration against Acts of Dispossession committed in Territories under Enemy Occupation or Control. In deze zogenaamde Joint Declaration verklaarden de geallieerden alle rechten voor te behouden ten aanzien van door de vijand verkregen goederen, afkomstig uit de bezette gebieden, ongeacht de vraag of deze door openlijke roof of door schijnbaar vrijwillige transacties waren verkregen.