Reactie Restitutiecommissie op artikel in NRC

Den Haag, 10 december 2018

Reactie op Opinie met suggestieve kritiek op beleid roofkunst in Nederland die niet op feiten berust

De Opinie van Wesley Fisher en Anne Webber (Van leider naar paria? Nederland herzie beleid roofkunst!) in NRC van 8 december 2018 vraagt om een weerwoord omdat zij een op veel onderdelen onjuiste voorstelling van zaken bevat.

Er mag geen twijfel over bestaan dat belangen van de slachtoffers van het naziregime altijd voorop staan. De commissie erkent en respecteert die belangen. Kunstwerken die door of als gevolg van naziterreur aan deze slachtoffers zijn ontnomen, behoren te worden gerestitueerd. De commissie hanteert onverminderd de normen van de commissie Ekkart en de Washington Principles als leidraad.

Op grond daarvan neemt de commissie tot uitgangspunt dat een verkoop door een particulier tijdens de bezetting vanaf mei 1940 verondersteld wordt onvrijwillig te zijn geweest behoudens bewijs van het tegendeel. In het bekritiseerde bindend advies is geoordeeld dat de verkoop op de veiling niet los kan worden gezien van het naziregime.

Het spreekt vanzelf dat niet ieder onvrijwillig bezitsverlies hetzelfde is. In sommige gevallen is een kunstvoorwerp letterlijk geroofd of met geweld afgenomen en in andere gevallen is sprake geweest van een transactie, die zonder de omstandigheden van de oorlog, een gewone verkoop zou zijn geweest. Daarbij is van belang of de koper te goeder trouw was. Als dat zo is, zou deze transactie naar de gewone regels van het recht niet aantastbaar zijn. De Nederlandse musea die dergelijke transacties zijn aangegaan, hebben ermee ingestemd dat de commissie desondanks bij bindend advies tot teruggave kan besluiten. Dat heeft zij in vele gevallen ook gedaan.

De commissie moet daarbij volgens het Nederlandse overheidsbeleid alle omstandigheden in haar oordeel betrekken. Als de verkoop als een onvrijwillige wordt beschouwd, kan er sprake zijn van persoonlijke omstandigheden die het waarschijnlijk maken dat de verkoop ook had plaatsgevonden zonder druk van de oorlogsomstandigheden. Ingeval de oorspronkelijke eigenaar na de oorlog de mogelijkheid heeft gehad de transactie aan te vechten maar dat heeft nagelaten, kan dit een aanwijzing zijn dat dit zo is. Ten slotte kan de commissie in haar afweging betrekken dat de partij die het schilderij claimt, geen enkele relatie daarmee heeft gehad en (bijvoorbeeld) alleen belang heeft bij restitutie in verband met de opbrengst na verkoop.

Er kunnen (dus) omstandigheden zijn die tot de conclusie leiden dat de kunsthistorische waarde en het belang bij het behoud van een schilderij voor een Nederlandse museumcollectie zwaarder wegen dan die van de claimant(e) in kwestie. Op enig moment kantelt de afweging in het voordeel van een museum dat, als de commissie anders had besloten, zich ongetwijfeld bij dat oordeel had neergelegd. Bij de zaken betreffende de Nederlandse Kunstcollectie (NK) heeft de commissie altijd het belang van de claimant het zwaarst laten wegen. Bij de zaken waarin een bindend advies is gegeven, was dit in zeven van de tien ten gunste van de claimanten. De voorstelling in de Opinie klopt dus niet.

Het is niet juist dat het Nederlands beleid thans is veranderd in het nadeel van claimanten. In alle gevallen wordt tegemoetgekomen aan de partij die restitutie verlangt door aan haar geen bewijslast op te leggen en door ontbreken van informatie als gevolg van tijdsverloop niet in haar nadeel te laten werken. Het kan dan toch gebeuren dat onvrijwillig bezitsverlies tijdens het naziregime niet komt vast te staan of onvoldoende aannemelijk is. Dat mag niet worden uitgelegd als ontkenning van het leed van de slachtoffers. Het gebeurt pas na uitgebreid onderzoek en lang en zorgvuldig afwegen. Zo ook in dit geval. De evidente gevallen uit de eerste tien jaar (meestal NK-zaken) zullen nu minder vaak voorkomen. De juiste cijfers zijn te vinden in de jaarverslagen van de commissie (te vinden op haar website). Die geven een ander beeld dan de schrijvers van de opinie presenteren. Deze schrijvers suggereren ook dat de claimante aan wie recent de restitutie is ontzegd, een nauwe band met dit schilderij had. Dat was niet het geval.

Namens de Restitutiecommissie,

Alfred Hammerstein

 

Publicatie in NRC: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/12/10/bij-roofkunst-staat-belang-slachtoffer-altijd-voorop-a3060146