De Restitutiecommissie is op zoek naar een voorzitter

Profiel vacature voorzitter Restitutiecommissie

De Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog (hierna: de Restitutiecommissie) adviseert over verzoeken tot restitutie van cultuurgoederen, die onvrijwillig zijn verloren als gevolg van het naziregime. De Restitutiecommissie bestaat sinds haar oprichting in 2001 uit maximaal zeven leden. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) maakt hierbij bekend dat de functie van voorzitter van de Restitutiecommissie vacant is gekomen.

Leden van de Restitutiecommissie beschikken bij voorkeur over:

  • kennis van de problematiek rond de restitutie van in de Tweede Wereldoorlog geroofde kunst;
  • oog voor de politieke, bestuurlijke en maatschappelijke gevoeligheid (zowel nationaal als internationaal) van de problematiek;
  • belangstelling voor de geschiedenis van nazi-Duitsland en de Tweede Wereldoorlog;
  • een gezaghebbende inbreng op het werkterrein van de Restitutiecommissie;
  • een onafhankelijk oordeel en het vermogen om dit adequaat te verwoorden.

Aanvullend wordt van de voorzitter verwacht dat deze:

  • beschikt over een wetenschappelijke juridische opleiding en een gezaghebbende reputatie als jurist;
  • affiniteit heeft met openbaar bestuur en zo mogelijk ervaring met (andere) maatschappelijke (neven-)functies;
  • oplossingsgericht is, empathisch en communicatief vaardig;
  • om kan gaan met externe druk;
  • het geschreven Duits beheerst.

De voorzitter is het boegbeeld van de commissie.

Organisatieomschrijving:

De Restitutiecommissie adviseert over verzoeken tot restitutie van cultuurgoederen, die onvrijwillig verloren zijn gegaan als gevolg van het naziregime. Kunstwerken waarvan de voormalige eigenaar als gevolg van het naziregime na roof, inbeslagname of (gedwongen) verkoop het bezit verloor, kunnen vandaag de dag in bezit zijn van de Nederlandse Staat (rijkscollectie), een provinciale of gemeentelijke overheidsinstelling, een stichting of een particulier. Een verzoek tot restitutie van dergelijke cultuurgoederen kan sinds 2001 aan de Restitutiecommissie worden voorgelegd voor onafhankelijk (bindend) advies. De Restitutiecommissie opereert onafhankelijk van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Restitutiecommissie telt maximaal zeven leden. Bij de benoeming van commissieleden wordt er rekening mee gehouden dat de Restitutiecommissie beschikt over historische, kunsthistorische, algemeen maatschappelijke en juridische kennis en vaardigheden.

De leden van de Restitutiecommissie vergaderen doorgaans één keer per maand. Gemiddeld vergt het werk ongeveer vier dagen per maand. Het voorzitterschap vergt meer tijd: gemiddeld twee dagen per week. Het voorzitterschap vergt voorts een flexibele tijdsindeling (ook op ongeregelde tijden). Het onderzoek en de feitenrapporten worden voorbereid en geschreven door onderzoekers. De adviezen worden geschreven door de secretaris van de Restitutiecommissie.

De Restitutiecommissie heeft twee taken. Enerzijds adviseert de Restitutiecommissie de minister van OCW op diens verzoek over individuele verzoeken tot restitutie van cultuurgoederen die in het bezit van de Staat zijn. Anderzijds geeft de Restitutiecommissie bindend adviezen over restitutiekwesties waarbij de Staat niet is betrokken, zoals bij verzoeken met betrekking tot cultuurgoederen uit provinciale, gemeentelijke of andere collecties.

In de advisering zijn de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland en andere Europese landen en bezitsverlies van cultuurgoederen als gevolg van het naziregime belangrijke aspecten.

Het Nederlandse restitutiebeleid is onlangs geëvalueerd door de Raad voor Cultuur en een commissie onder voorzitterschap van de heer Jacob Kohnstamm. Het advies van de commissie-Kohnstamm is hier terug te vinden. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft in reactie hierop het beoordelingskader voor restitutieverzoeken aangepast en neergelegd in het instellingsbesluit van de Restitutiecommissie. Dit nieuwe beoordelingskader wordt vanaf heden gebruikt door de Restitutiecommissie bij de behandeling van restitutieverzoeken. In de reactie van de minister is ook aandacht gevraagd voor de werkwijze van de Restitutiecommissie. Goed contact met verzoekers, met oog voor het leed als gevolg van de Tweede Wereldoorlog, is van belang.

Overige bijzonderheden:

  • Leden van de Restitutiecommissie mogen geen deel uitmaken van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
  • Leden van de Restitutiecommissie mogen geen functioneel of persoonlijk belang hebben bij het werk van de Restitutiecommissie.
  • De selectieprocedure wordt uitgevoerd door een onafhankelijke Benoemingsadviescommissie die de minister adviseert over de vervulling van de vacatures.
  • Benoeming geschiedt door de minister van OCW voor een periode van maximaal drie jaar. Herbenoeming is eenmaal mogelijk.
  • De vergoeding voor de bekleding van deze positie wordt vastgesteld conform het Besluit vaste beloning Restitutiecommissie.
  • Met inachtneming van de richtlijnen van het RIVM vinden de selectiegesprekken met de benoemingsadviescommissie in principe fysiek plaats bij het CAOP in Den Haag. De gesprekken worden in principe ingepland op vrijdag 2 juli of maandag 5 juli.
  • Acquisitie naar aanleiding van deze advertentie wordt niet op prijs gesteld.

Informatie

Inlichtingen zijn verkrijgbaar bij:
mw. mr. E.H. Swaab, waarnemend voorzitter Restitutiecommissie
Telefoon: 070-3765992

Voor vragen over de werkzaamheden binnen deze functie in relatie tot het Ministerie van OCW kunt u zich wenden tot:
Marijn Kooij, waarnemend afdelingshoofd bij de directie Erfgoed en Kunsten van het Ministerie van OCW
E-mail: m.c.j.kooij@minocw.nl

Solliciteren

Uw interesse kunt u kenbaar maken door uw cv, voorzien van een korte toelichting, uiterlijk 21 juni om 12.00 uur te zenden aan:
Myrthe Doelman, secretaris van de Benoemingsadviescommissie
E-mail: myrthe.doelman@minocw.nl