Nieuw Instellingsbesluit en Reglement Restitutiecommissie

Op 7 december 2020 heeft de Commissie evaluatie restitutiebeleid cultuurgoederen Tweede Wereldoorlog, de commissie-Kohnstamm, met het advies Streven naar rechtvaardigheid gepleit voor een herijking en intensivering van het restitutiebeleid, onder meer door aanpassing van het beoordelingskader.

In vervolg op de aanbevelingen van de commissie Kohnstamm van 7 december 2020 (i) heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het Instellingsbesluit Restitutiecommissie per 22 april 2021 vervangen door een nieuw Instellingsbesluit. Net als tot dusverre brengt de Restitutiecommis­sie advies uit­ aan de minister, als de Staat de huidige bezitter van het cultuurgoed is, en geeft de Restitutiecommissie een bindend advies als een ander dan de Staat de huidige bezitter is. Dit nieuwe Instellingsbesluit omvat nu voor beide soorten gevallen het volledige ka­der waarlangs de Restitu­tie­commissie de verzoeken beoordeelt. Dit beoordelingskader bevat drie criteria: oorspron­ke­lijke eigendom, onvrijwillig bezitsverlies en goede trouw bij de verwerving.

Is de Staat de bezitter van het cultuurgoed, dan gelden alleen de eerste twee criteria. Is daaraan vol­daan, dan adviseert de Restitutiecom­mis­sie de minister tot restitutie zonder voorwaarden.

Is een ander dan de Staat de bezitter, dan wordt ook naar het derde criterium gekeken: goede trouw bij de verwerving. Als voldaan is aan de vereisten van oorspronkelijke eigendom en onvrijwillig bezitsverlies en deze bezitter niet te goeder trouw was (of zich niet op goede trouw wil beroepen), dan volgt restitutie zonder voorwaarden.

Was deze bezitter wel te goeder trouw, dan besluit de Restitutiecom­mis­sie óf tot restitutie zonder voor­waar­den óf tot een bemiddelende oplossing. Bij die be­mid­delende oplossing kunnen alle om­stan­digheden van het geval in aanmerking worden genomen, mits steeds voldaan wordt aan de ver­plichting van principe 8 van de Washington Principles “to achieve a just and fair solution, recognizing this may vary according to the facts and circumstances surrounding a specific case”.

Er geldt een overgangsregeling voor verzoeken die al bij de Restitutiecommissie in behandeling zijn. Is de Staat de huidige bezitter, dan wordt het nieuwe beoordelingskader toegepast als blijkt dat de verzoeker het daarmee eens is. Is een ander dan de Staat de huidige bezitter, dan wordt het nieuwe beoordelings­kader alleen toegepast als beide partijen het daarmee eens zijn. Voorts geldt een beperkte mogelijkheid tot nieuwe beoordeling van reeds afgedane verzoeken.

De Restitutiecommissie heeft bovendien haar werkwijze aangepast en opgenomen in een nieuw Reglement. De nieuwe werkwijze van de Restitutiecommissie houdt in dat zij de communicatie met verzoekers zal intensiveren op de volgende manieren:

  • De Restitutiecommissie zal er bij de behandeling van verzoeken op inzetten dat naast de schriftelijke behandeling in beginsel steeds ook een mondelinge behandeling plaatsvindt.
  • De Restitutiecommissie kan op ieder moment in de procedure het gesprek met de verzoeker en bezitter aangaan om te bekijken of er mogelijkheden zijn voor een schikking.
  • Voordat de Restitutiecommissie tot haar advies of bindend advies komt, zendt zij partijen een concept waarop zij kunnen reageren.

Voor verdere informatie kunt u terecht bij Margriet Drent , secretaris a.i. Restitutiecommissie (info@restitutiecommissie.nl / 070-3765992)

Bestand: