Persbericht RC 1.78, 1.81, 1.89-A en 1.97

RESTITUTIECOMMISSIE KOMT MET VIER NIEUWE ADVIEZEN OVER ROOFKUNST-CLAIMS

DEN HAAG - De Restitutiecommissie heeft Minister Plasterk geadviseerd over vier claims op in totaal 33 kunstwerken uit de Rijkscollectie. De commissie adviseert vier van deze kunstwerken terug te geven aan de erfgenamen van de voormalige eigenaren.

De commissie concludeert dat Eduard Hollander, een joodse advocaat uit Den Haag, de oorspronkelijke eigenaar was van een aquarel van de kunstenaar W. Verschuur II. De commissie oordeelt dat de aquarel tijdens de oorlog door gedwongen verkoop uit Hollanders bezit is geraakt. Ook acht zij het aannemelijk dat hij de verkoopopbrengst moest aanwenden om aan vervolging door de nazi's te ontkomen. Op basis hiervan heeft de commissie de Minister van OCW geadviseerd de aquarel aan de erfgenamen van Hollander terug te geven. 

In een tweede zaak oordeelt de commissie dat de joodse econoom en verzamelaar Wilhelm Mautner uit Amsterdam de oorspronkelijke eigenaar was van twee schilderijen, een kopie naar P. Brueghel II en een werk van F. Timmermann. Mautner heeft de schilderijen tijdens de oorlog via een tussenpersoon verkocht. De commissie beschouwt deze verkoop als onvrijwillig, door omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime. Daarom adviseert zij de minister de schilderijen terug te geven aan de erfgenamen van Mautner. Over twee andere schilderijen in deze zaak adviseert de commissie tot afwijzing van de claim, omdat onvoldoende vaststaat dat Mautner de oorspronkelijke eigenaar van deze kunstwerken was. 

Over een derde restitutieverzoek, van de erven van de joodse kunsthandelaar Moritz Schönemann, adviseert de commissie afwijzend. De commissie is van oordeel dat onzeker is gebleven of de drie geclaimde schilderijen gedurende de bezetting door de kunsthandel van Schönemann zijn verhandeld. 

De erfgenamen van de joodse kunsthandelaar Kurt Walter Bachstitz dienden, in een vierde zaak, een claim in op 25 kunstwerken. Alleen voor het schilderij Capriccio met ruïnes door P. Cappelli adviseert de commissie teruggave. Bachstitz verkocht tijdens de bezetting een groot aantal kunstwerken aan verschillende kopers, voordat hij in 1944 naar Zwitserland vluchtte. Alleen bij de verkoop van Capriccio met ruïnes in 1943 was, naar het oordeel van de commissie, sprake van dwang. 

De Restitutiecommissie 
Sinds januari 2002 heeft de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog 83 adviezen uitgebracht en werden 117 claims aan haar voorgelegd. De commissie staat sinds 1 januari 2009 onder voorzitterschap van Willibrord Davids. 

Meer informatie
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Evelien Campfens, secretaris/rapporteur van de Restitutiecommissie, telefoon (070) 376 59 92.