Restitutiecommissie adviseert over twee kunstclaims

DEN HAAG - De Restitutiecommissie maakt twee adviezen bekend die zij in december 2011 uitbracht. Hierin adviseert de commissie de Staatssecretaris van OCW één kunstwerk terug te geven aan de erven S. Rosenberg. De adviezen zijn onlangs (31 januari 2012) overgenomen door de staatssecretaris.  

Rosenbaum
Op 19 december 2011 bracht de Restitutiecommissie advies uit over dertien voorwerpen die werden geclaimd als voormalig bezit van I. Rosenbaum N.V. Deze Amsterdamse kunsthandel werd gedreven door Duits-joodse kunsthandelaren die vanwege Hitlers machtsgreep uit Duitsland waren vertrokken. Naast de kunsthandel in Amsterdam dreven leden van de familie kunsthandels in Parijs, Londen en New York.
De commissie komt in haar advies tot de conclusie dat één van de dertien geclaimde werken, een 16e eeuws paneel uit het atelier van Palma il Vecchio (NK 1436), teruggegeven zou moeten worden aan de kleinzoon van Saemy Rosenberg, destijds directeur van kunsthandel Rosenbaum. Dit schilderij bleek tijdens de bezetting uit het bezit van de kunsthandel geconfisqueerd te zijn door een Duitse roofinstelling, de Dienststelle Mühlmann.
De commissie adviseert de claim voor wat betreft de overige twaalf objecten af te wijzen. Omdat kunsthandel Rosenbaum destijds nauw samenwerkte met een andere Amsterdamse kunsthandel, en de kunsthandels werken van elkaar in consignatie maar ook in gezamenlijk eigendom hadden, was een van de lastige vragen in deze zaak of Rosenbaum als eigenaar van de werken kon worden aangemerkt. Ten aanzien van twee van de geclaimde schilderijen oordeelt de commissie dat deze werken niet kunnen worden aangemerkt als eigendom van Rosenbaum (Meester van de Cappella Medici Polyptiek, St. Nicolaas van Bari (NK 2915) en N. Maes, Portret van een man (NK 3269)). De commissie adviseert dan ook de claim op deze werken af te wijzen. Drie andere kunstwerken bleken wel eigendom van Rosenbaum te zijn geweest, maar in de loop van 1940 in eigendom te zijn overgedragen aan de hiervoor genoemde andere kunsthandel (N. Neufchatel, Portret van een man (NK 1457); I. van Ostade, Interieur van een stal met drie spelende kinderen (NK 1474) en J. van Loo, Drie mannen in een wijnkelder (NK 2173)). Die eigendomsoverdracht merkt de commissie niet aan als onvrijwillig. Ten aanzien van de overige zeven voorwerpen (voornamelijk porselein en aardewerk) adviseert de commissie eveneens tot afwijzing van de claim op grond van een onzekere eigendomspositie.

Gutmann
Het tweede advies, van 19 december 2011, betreft vier sculpturen van brons die werden geclaimd door de erven van de joodse bankier en kunstverzamelaar Herbert Gutmann. De kunstwerken maakten in elk geval in 1912 deel uit van de collectie van de vader van Herbert, Eugen Gutmann, en werden op een onbekend moment vóór 25 juni 1934 verworven door de joodse bankier en kunstverzamelaar Fritz Mannheimer te Amsterdam. Uit het onderzoek van de commissie bleek dat tussen 1912 en de machtsgreep van Hitler in 1933, een periode van eenentwintig jaar, diverse stukken uit de collectie Eugen Gutmann zijn verkocht aan Fritz Mannheimer. De commissie komt in haar advies tot de conclusie dat het niet aannemelijk is dat de vier geclaimde voorwerpen tijdens het naziregime nog behoorden tot de collectie Eugen Gutmann. Zij adviseert de staatssecretaris van OCW daarom tot afwijzing van de claim.

De Restitutiecommissie
Sinds januari 2002 heeft de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog 107 adviezen uitgebracht en werden 130 claims aan haar voorgelegd. De commissie staat onder voorzitterschap van Willibrord Davids.

Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Evelien Campfens (secretaris/rapporteur), telefoon (070) - 376 59 92.

Betreffende adviezen: