Samenvatting RC 1.7

PORTRET VAN DON LUIS DE REQUESSENS Y ZUÑIGA VAN EEN ANONIEME KUNSTENAAR (NK 3409)

Bij brief van 22 juli 2002 verzocht de staatssecretaris van OCenW de Restitutie Commissie een advies uit te brengen over het verzoek om teruggave van het schilderij Portret van Don Luis de Requessens y Zuñiga van een anonieme kunstenaar (NK 3409). Dit verzoek was namens de erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaar, de joodse kunstschilder J.H. Gosschalk, op 21 juni 2002 ingediend.

In opdracht van de Restitutie Commissie werd door Bureau Herkomst Gezocht een (kunst) historisch onderzoek uitgevoerd. Nader onderzoek heeft de commissie niet noodzakelijk geacht.

samenvatting feitenrapport

Het Portret van Don Luis de Requessens y Zuñiga, een uit de tweede helft van de 16e eeuw daterend schilderij van een Spaans edelman van de hand van een anonieme kunstenaar, bleek tot in de oorlog eigendom te zijn geweest van de joodse kunstenaar J.H. Gosschalk. Tijdens de oorlog werd hij, evenals zoveel joodse Nederlanders, gedwongen zijn kostbaarheden in te leveren bij de Duitse roofinstantie Lippmann, Rosenthal & Co. Het schilderij behoorde tot de voorwerpen die hij moest inleveren, zo blijkt uit de administratie van de Liro-bank. Het werd doorverkocht en vond zo zijn weg naar Duitsland. De heer Gosschalk heeft waarschijnlijk nooit geweten dat het schilderij na de oorlog uit Duitsland is teruggekomen.

advies

In de vergadering van 28 oktober 2002 stelde de commissie haar advies vast. Zij adviseerde tot teruggave van het schilderij aan de erven van de heer Gosschalk. De commissie overwoog dat vast was komen te staan dat het schilderij tot het voormalig eigendom van J.H. Gosschalk behoorde en dat het schilderij onvrijwillig, als gevolg van vervolging door het nazi-regime, uit het bezit van de heer J.H. Gosschalk was geraakt. Aangezien er niet eerder een verzoek om teruggave van het schilderij was behandeld, achtte de commissie dit verzoek toewijsbaar conform het door de minister van OCenW vastgestelde restitutiebeleid.

De Staatssecretaris berichtte de commissie bij brief van 6 december 2002 dat hij dit advies overnam en het verzoek zou honoreren.